|
vrijdag 25 mei 2012
Versie 3.00
|
||||
|
Uw dagelijkse dosis Domstadnieuws!
|
||||
![]() ![]() Webcam Overzicht
|
Openbare e-mails Wolfsen schetsen onthutsend beeld Gepubliceerd: 2009-05-19 door: Stadsredactie, Wouter de Heus en Jos van Sambeek ![]() Hoe ver mag je gaan als burgemeester om de plaatselijke media ‘te vertellen’ dat je het niet eens bent met een op handen zijnde publicatie over je eigen persoon? Heel erg ver als je het inmiddels openbare e-mailverkeer tussen Wolfsen en de vandaag teruggetreden AD/UN-hoofdredacteur Kalmann leest. Het intensieve mailverkeer tussen Wolfsen en Kalmann begint op 2 februari en duurt, met tussenpozen, tot 9 april, althans, volgens de nu geopenbaarde informatie. Op die laatste datum suggereert de burgemeester aan Kalmann dat zijn verslaggever ‘de ultieme wraak’ pleegt om ‘stukken door te spelen’ aan een redacteur van Ons Utrecht en Allesoverutrecht en aan de Utrechtse ‘luis in de pels’ Kees van Oosten. Beiden hebben inmiddels verklaard geen stukken van de AD-journalist te hebben ontvangen. De geopenbaarde mails laten pijnlijk zien dat op het moment dat de verslaggever van het AD/UN mailverkeer heeft met de woordvoerder van Wolfsen, er een parallelle communicatie ontstaat, achter de rug van de journalist om, tussen Wolfsen en Kalmann. Zeer intensief en vaak meerdere keren per dag. Ook blijken de twee elkaar in het proces regelmatig te bellen en te ontmoeten over de voorgenomen publicatie. De inmiddels onvrijwillig overgeplaatste AD/UN-verslaggever Andriessen is in januari bezig met een groot verhaal over het eerste jaar van Wolfsen in de Domstad als er paniek uitbreekt in Den Helder. Daar worden vragen gesteld over het declaratiegedrag van burgemeester Hulman. Andriessen, zo blijkt uit de openbare mails, wil van Wolfsen weten hoe hij dat het eerste jaar in Utrecht heeft aangepakt. Wolfsen zegt dat dit met chocoladeletters op de voorpagina van de krant kan, zo keurig is dat gedaan. Dat loopt toch anders want Wolfsen wil het verhaal niet in de krant teruglezen, zo blijkt uit de mails. Uiteindelijk lukt dat. Een verhaal mag tevens niet in Ons Utrecht en als dat er toch inkomt, worden na ingrijpen van Wolfsen 132.000 kranten vernietigd. Een rel met nationale aandacht is geboren. Het mailverkeer schetst een onthutsend beeld hoe de burgemeester van de vierde stad van het land bezig is met zijn eigen imago. En als we bestuursprocesrecht-deskundige professor Twan Tak moeten geloven doet de burgemeester dat op onterechte gronden. Er worden herhaaldelijk talloze argumenten gebruikt waarom Wolfsen het bij het rechte eind zou hebben, maar dat doet hij zelf, als rechtstreeks betrokkene. Hij laat dat niet over aan zijn mensen of desnoods een onafhankelijke partij. Zeer ongebruikelijk voor bestuurders op dit niveau die gebruik maken van legers adviseurs en woordvoerders voor zulke klussen. Om enige distantie te houden en omdat de agenda meestal overvol is. De mails zijn pittige van toon. Wolfsen ‘accepteert’ publicatie niet. Wolfsen ‘tilt er werkelijk zeer zwaar aan’ als een voorgelegd artikel ook werkelijk zou worden afgedrukt. Hij heeft het over ‘het onaangename, vooringenomen en boosaardige’ van de journalist. Kalmann verdiept zich in de zaak en laat Wolfsen weten dat de journalist zijn werk goed doet, dat de manier van werken niet vooringenomen is en dat de burgemeester er beter aan doet alle vragen juist te beantwoorden. Die toon verandert later. Dan hebben de twee elkaar inmiddels meerdere malen telefonisch gesproken en ontmoet. Uiteindelijk laat Kalmann de burgemeester toch weten de productie persoonlijk te gaan volgen. Wolfsen: “Je hebt mij gerustgesteld dat je meekijkt. En ik zal je dus persoonlijk aanspreken op het vervolg. Ik verbeeld mij niks, maar zo slordig en vrijmoedig mijn integriteit in twijfel trekken raakt - laat ik het voorzichtig zeggen - de grenzen van mijn begrip. Dat zijn mijn zorgen. Daar spreek ik je op aan. Ik vertrouw er blind op dat je dit inziet.” Nog dezelfde dag, op 3 februari en vier dagen voor de geplande publicatiedatum komt de zoveelste mail van Wolfsen binnen. “Ik kreeg net serieus de vraag of ik schulden heb of onroerend goed bezit in binnen- of buitenland (...) nu ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik royaal voldoende geld heb om aangenaam van te kunnen leven, 0,0 schulden heb en ook al geen onroerend goed bezit (...) maar ik hoop ook dat jij het moment zo langzaamaan begint te voelen om hier even corrigerend op te gaan treden...” Op 6 februari stuurt verslaggever Andriessen zijn intern goedgekeurde publicatie aan de woordvoerder van de burgemeester met de vraag voor 16.00 uur eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren omdat het verhaal staat gepland voor de krant van 7 februari. Wolfsen grijpt dan wederom de telefoon om Kalmann te bellen en mailt hem om 17.26 uur nog een uitputtende mail waarom het artikel van Andriessen alleen ‘suggesties’ bevat en sluit af dat hij dat niet accepteert. Dat deze marsroute gewerkt heeft blijkt uit het feit dat het artikel de volgende dag niet op de mat ligt bij de lezers. Leefbaar Utrecht-fractievoorzitter Oldenborg deed tweemaal een verzoek in het kader van artikel 180 van de gemeentewet om de mails tussen Wolfsen en Kalmann openbaar te krijgen. De tweede keer omdat er na het eerste verzoek mails zouden ontbreken. Dat bleek juist. Het stadhuis leverde maandag nog tien volledige mailwisselingen. Oldenborg kan op de inhoud van de mails nog niet ingaan. “Ik heb nu een aantal dagen nodig om goed op een rij te zetten wat hier allemaal heeft plaatsgevonden en hoe de inhoud van de mails zich verhoudt met de woorden die burgemeester Wolfsen heeft gebruikt tijdens het raadsdebat over de kwestie op 16 april. Ik sluit niet uit dat er nog wat mails zouden kunnen missen, maar we hebben hier even voldoende aan om ons een prima voorlopig beeld te kunnen vormen.” Stuur dit bericht door!
|
![]() ![]() |
||
| © 2007-2012 AllesoverUtrecht | ||||