Vorm
Column
Gepubliceerd: 2008-08-14
door: Wouter de Heus
Het schrijven van columns is een vak. Een creatief vak. Het is anders dan het metselen van een rechte muur, dat zeker. Je zou het meer met een sport kunnen vergelijken. Het vergt enig talent, doorzettingsvermogen en er komt iets ongrijpbaars als ‘vorm’ bij kijken. Soms dreunt een column nog lang na. Dan is ie meest van tijd goed geschreven. En andere keren is het helemaal niks. Het loopt niet, de zinnen zijn rommelig of de informatie deugt niet.
Niet lang geleden had ik er zo een. Het verhaaltje handelde over een vliegtuig met Utrechtse professionals, wethouders, ambtenaren en raadsleden dat afreisde naar León in Nicaragua. Ik noemde León ‘dat stadje’ daar in Zuid-Amerika. Dat leverde een mail op. Stadje? Er wonen daar bijna 200.000 mensen. Ach ja, denk ik dan, Utrecht heeft 300.000 inwoners en dat noemde ik recent een groot dorp. Ook een mail. Of ik helemaal besodemieterd was zo denigrerend over Utrecht te schrijven. Denigrerend? Ik denigrerend over Utrecht? Dat lijkt me niet.
Terug naar León. Ik vond de reis slecht georganiseerd omdat er maar drie raadsleden de moeite namen mee te gaan. Telefoontje van een raadslid. Of ik wel wist dat de raadsleden de reis helemaal zelf hadden betaald! Ja, dat wist ik. Waarom? Omdat het presidium van de raad niet wilde dat de gemeente deze reis zou betalen. Dus haakten bijna alle raadsleden af die mee zouden gaan. Slecht georganiseerd dus! Ik noemde de stedenband die Utrecht een kwart eeuw met León heeft een uit de hand gelopen hobby van een of andere ambtenaar. Telefoon. Een zeer gewaardeerd collega journalist. Net terug van zijn tripje León (zou ie dat zelf hebben betaald?). Of ik zijn artikelen wel eens las. Had ie net geschreven hoe Utrecht echt aan León was gekomen. Tja, das een stomme. Als je iets met stelligheid opschrijft, moet het wel kloppen, ook in een column. Goed, de stedenband die Utrecht met León heeft is erg belangrijk en goed. Ik leg me daar dit keer bij neer.
Maar we hadden het over columns. Afgelopen weken las ik op vakantie de Volkskrant. Een van mijn favoriete columnisten heet Martin Bril. Niets aangenamers dan zijn verhaaltjes als ie op vakantie is in zijn vaste huisje in Frankrijk. Helaas, Bril levert deze vakantie geen verhaaltjes aan de krant. Shit, dacht ik, nu moet ik me drie hele weken door Ronald Giphart werken. Niet een van zijn boeken, maar het plekje van Bril dat ie tijdens zijn afwezigheid mocht vullen. Wist ik veel dat onze beroemde Utrechter zulke goede columns schrijft. Ik zal hem een compliment sturen (of ie daarop zit te wachten) dat het mijn vakantie heeft veraangenaamd. Niets is fijner dan een goede column. Althans, dat vind ik. Volgens mijn eigen maatstaven is derhalve bovenstaand verhaaltje zwaar ondermaats. Dat zetten we komende week dan weer recht. Je kan niet altijd in vorm zijn!
|