Nauwelijks is het verzoek van de Nederlandse regering aan de EU om ‘derogatie’ van de luchtkwaliteitsnormen de deur uit, of van alle kanten worden ambitieuze plannen bekendgemaakt om flink wat extra wegen aan te leggen. Een extra weg dwars door of onder Amelisweerd, een snelweg dwars door Leidsche Rijn, het tot snelweg opwaarderen van de Noordelijke Randweg Utrecht.
De plannen om het wegennet nu eens flink te gaan uitbreiden, is het zoveelste bewijs dat onze overheid helemaal niet van plan is om het autoverkeer terug te dringen ten gunste van het openbaar vervoer en om de uitstoot van fijnstof, stikstofdioxide en CO2 te bestrijden. De groei van het autoverkeer wordt tot uitgangspunt genomen en de overheid maalt niet om gezondheid en milieu.
De prijs die wij betalen voor het al maar toenemende autoverkeer is enorm. Je kunt nergens meer wonen zonder last te hebben van verkeerslawaai. Er is geen stad waar je het niet aan je longen krijgt. Autoverkeer leidt door de noodzaak van brede wegen en veel parkeergelegenheid tot een enorme toename van het ruimtegebruik per hoofd van de bevolking, waardoor wonen steeds duurder wordt en het groen verdwijnt.
De vraag is waarom de overheid het roer niet drastisch omgooit. Als het geld dat in overbodig onderhoud en de aanleg van wegen wordt gestoken, geïnvesteerd zou worden in openbaar vervoer, zou het snel afgelopen zijn met luchtverontreiniging en verkeerslawaai, zouden kinderen weer gewoon op straat kunnen spelen en zouden we het groene hart niet vol hoeven te bouwen.
De vraag waarom de overheid doorgaat het autoverkeer aan te moedigen met de aanleg van nieuwe wegen, is eenvoudig te beantwoorden. Bedrijven die op een of andere manier verdienen aan de aanleg en het onderhoud van wegen zijn uitstekend georganiseerd en vertegenwoordigd in netwerken waarin ook bestuurders en ambtenaren zitten. En dat leidt tot ‘collusie’, zoals dat sinds de parlementaire enquête naar de bouwfraude heet. In die netwerken ontbreken reizigersorganisaties, gewone burgers en milieuorganisaties.
De belangen van grote ambtelijke diensten als Stadsontwikkeling en het Ingenieursbureau Utrecht vallen bovendien samen met de belangen van grote wegenbouwers. Nieuwe kruispunten, viaducten, wegverbredingen en groot onderhoud aan wegen betekenen immers werk op de plank. De ingenieurs van Stadsontwikkeling en het IBU zijn om die reden de natuurlijke bondgenoten van de asfaltondernemers.
In Utrecht worden tientallen miljoenen euro's over de balk gegooid door volstrekt overbodig onderhoud aan het wegdek. Het wegdek van de Graadt van Roggenweg, het Westplein, de Beneluxlaan en de Noordelijke Randweg wordt volledig vernieuwd, terwijl er zo goed als niets aan mankeert. Dat kost niet alleen verschrikkelijk veel geld, maar zorgt ook voor heel veel oponthoud en ongerief. Als je vraagt waarom dat moet, krijg je te horen dat dat nodig is om aan de CROW-normen te voldoen. En de CROW is een gezelschap van wegenbouwers, adviesbureaus en ambtenaren stadsontwikkeling. Dus dan weet je het wel.
Ligt hier geen taak voor de politiek? Ja, maar die laat het er behoorlijk bij zitten. Als politieke partijen nu eens de kant kozen van reizigersorganisaties, milieuorganisaties en burgers die last hebben van verkeerslawaai en luchtverontreiniging. En als die politieke partijen zich nu eens wat flinker opstelden en zich niet door de eerste de beste minister of wethouder met een kluitje in het riet lieten sturen. Dat zou beslist schelen.
Kees van Oosten