woensdag 18 september 2019
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Aanmelden Mijn AOU

Van Muziekcentrum tot winkelgebouw en Muziekpaleis
Webcam Overzicht

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Opiniepagina
Variapagina



Dichter bij Utrecht
Column
Gepubliceerd: 2008-06-04
door: Tom Staal








De gemeente Utrecht heeft een idee! Eerlijk is eerlijk: dat is op zich al heel bijzonder. Origineel is het idee echter niet. Utrecht heeft namelijk bedacht dat het een stadsdichter behoeft. Als ik me niet vergis, was Groningen Neerlands eerste trotse bezitter van een stadsdichter. Als ik in het troosteloze noorden zou wonen, zou ik van ellende ook gaan dichten.

Onze gemeente heeft Ingmar Heytze op het oog, die daar wel vingers naar heeft, maar terecht stelt dat er nog veel andere talenten over de grachten dichten. Wil je vers talent of een gevestigde naam? Ik kies voor het laatste. Daar komt bij dat Heytze de stad nimmer verlaat en dus noodgedwongen zijn inspiratie tussen de grachten en de Vecht moet vinden, wat hij met meer dan verve doet. Sla zijn laatste bundel ‘Elders in de Wereld’ maar eens open.

Genoeg veren in het achterste van Ingmar gestoken. De vraag is, wat doet en moet een stadsdichter? Wat schuift het? Hebben we überhaupt een stadsdichter nodig?

Een aantal jaren geleden kwam pardoes een verkiezing voor een Nachtburgemeester uit de lucht vallen, de geuzentitel van Jules Deelder, wat mij betreft de enige Nachtburgemeester van héél Nederland. Ook ik was genomineerd. Waarom was mij een raadsel, maar in het illustere rijtje kanshebbers prijkte, tussen Bernhard Tomlow, Herman Berkien en Cees van Leeuwen, mijn naam. Eén stem heb ik gekregen, met dank aan mijn moeder.

Cees van Leeuwen heeft gewonnen maar ik vermoed dat hij nachtenlang hotmailadressen heeft zitten aanmaken om op zichzelf te stemmen. Welke verdiensten zijn aanstelling als Nachtburgemeester rechtvaardigen, behalve verwoede pogingen om zijn Bluesroute weer nieuw leven in te blazen, is voor iedereen een vraag en voor niemand een weet.

Wat komt er nog meer? Stadstroubadour? Iets voor Henk Westbroek misschien? Stadscolumnist? Ik durf het in ieder geval niet aan. Stadsouwehoer? Dat durf ik wel. Stadsprocedeur? Kan alleen maar Kees van Oosten worden. Stadsnicht, stadsjunk, stadsidioot, stadsbejaarde, stadsallochtoon?

Eigenlijk hebben we al een stadsdichter, merkte ik zondag op. Onze eigen burgervader met lichtelijk noordoostelijke tongval Aleid Wolfsen opende de Kanariebrug bij de Koffieknoop. Dit deed hij met een passend gedicht. Het was een aandoenlijk en onbegrijpelijk stukje tekst over staal dat in verbinding staat en ga zo maar door.

Dat vind ik vervelend aan de meeste poëzie: dat onbegrijpelijke gelul in de ruimte over zonnestralen die als rijstvelden over de akkers van de derrière van de Heer heen schijnen en meer van dat gebrabbel. Dat was het mooie van wijlen Willem Wilmink: hij schreef vaak voor volwassenen, maar altijd zo dat ook kinderen het begrepen. Dat is de kracht van Heytze. Zijn laatste bundel is misschien wat dun (fysiek dan), maar je hoeft er niet het moeilijke woordenboek naast te leggen. Ze ontroeren door eenvoud en herkenning. Als hij de taak van stadsdichter op zich neemt en Wolfsen helpt bij het schrijven van gedichten, krijgen we misschien in december een raadsvergadering op rijm.

Is dat de invulling die aan het begrip stadsdichter gegeven moet worden?

© 2007-2012 AllesoverUtrecht