donderdag 21 november 2019
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Aanmelden Mijn AOU

Van Muziekcentrum tot winkelgebouw en Muziekpaleis
Webcam Overzicht

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Opiniepagina
Variapagina



Centraal Museum, wat te doen?
Opinie
Gepubliceerd: 2008-05-17
door: Lezers






Door Marcel van den Tooren, gemeenteraadslid Groep Mossel

Het Centraal Museum is de afgelopen jaren nogal negatief in het nieuws geweest. Als in maart 2004 de charismatische Sjarel Ex overstapt naar Museum Boijmans Van Beuningen zijn de verwachtingen nog hooggespannen. Maar de procedure voor de nieuwe directeur stagneert en pas in augustus 2005 treedt Pauline Terreehorst aan. Vanaf die tijd is het goed mis. Eind 2006 stuurt een groep Utrechtse beeldend kunstenaars een open brief naar burgemeester Brouwer. Hun belangrijkste conclusie luidt: “Van een open en toegankelijke plek is het museum veranderd in een dorre plek waar de lust tot spelen je vergaat.” Het duurt tot eind 2006 voordat medewerkers over hun onvrede durven te vertellen, onder meer in de Volkskrant. Maar dan zijn er al diverse gezichtsbepalende medewerkers vertrokken.

De Utrechtse gemeenteraad stelt de problemen aan de kaak tijdens een spoeddebat op 15 maart 2007. Het Centraal Museum is immers een gemeentelijke dienst en valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris en de wethouder cultuur. Terreehorst krijgt een kundige interim-manager aan haar zijde, Gert-Jan van der Vossen, die de cultuursector van de buitenkant kent. Hij moet zorgen voor rust in de tent en het museum organisatorisch op orde brengen. Als Terreehorst op 1 maart 2008 alsnog haar functie neerlegt, promoveert Van der Vossen tot directeur ad interim.

Twee weken geleden presenteerde Van der Vossen zijn Museum- en Bedrijfsplan 2008-2010, waarin hij zijn doelen voor de komende jaren uiteenzet. Zo schrijft hij bijvoorbeeld dat “het Centraal Museum het publiek in staat stelt inspirerende ervaringen op te doen en bijdraagt aan hun kennisontwikkeling op het gebied van cultuurgeschiedenis, beeldende kunst en maatschappelijke thema’s”. Ook schrijft hij dat het museum “daarvoor zijn eigen collectie en die van anderen presenteert en gerelateerde activiteiten organiseert”. En dat het Centraal Museum dat op zodanige wijze probeert te doen “dat zijn activiteiten leiden tot een verrijking voor de Utrechtse samenleving”.

Het plan is een knap staaltje management speech, technocratisch en ambtelijk van karakter. Een zielloos stuk waarmee men alle kanten uitkan. Hoofdzaak lijkt dat het Centraal Museum binnen afzienbare termijn een strak geleide gemeentelijke dienst wordt. Een dienst waar aan het eind van het boekjaar het getal onder de streep zwart en niet rood van kleur is. Een museum kan zoveel méér zijn. Een museum conserveert zijn collectie en ontsluit die voor het publiek. Een museum als het Centraal Museum is echter ook de publieke plek bij uitstek voor experiment, spanning, het nieuwe, risico en zelfs voor interessante mislukkingen. Die doelstellingen worden plichtmatig genoemd. Maar ze zinken weg in een woud van managementterminologie als ‘resultaatgericht werken’, ‘governance structuur’, ‘professionaliseringsslag’, ‘overlegsituaties’ en ‘ontwikkelprojecten’. De taal doet pijn aan de ogen.

Het Museum- en Bedrijfsplan is een dappere poging het Centraal Museum neer te zetten als een gemeentelijke dienst zoals de stadsreiniging of de afdeling vergunningen. Maar de teneur is angstaanjagend. Ambitie en vakkennis ontbreken. Het plan mist een authentieke visie en hogere doelen. Technocratisch denken staat dit in de weg. Een en ander wordt aangeraakt in het hoofdstuk Visie en missie, want het ontbreken ervan zou te veel opvallen. “Het Centraal Museum biedt een innovatief, spraakmakend programma, waarin ook plaats is voor ontmoeting en discussie”, staat daarin te lezen. En: “Er is altijd iets te beleven op het gebied van de beeldende kunsten.” Het is een tekst vol open deuren.

Mijn angst is dat wij politici dit niet beseffen. Dat we verblind zijn geraakt door loze terminologie. We denken en dromen maakbaarheid. Maar we denken zelf niet meer origineel. Instrumenten doen het werk en beslissen voor ons. Op dinsdag 20 mei vergadert de raadscommissie over het Museum- en Bedrijfsplan. Het gevaar bestaat dat het debat zich straks zal richten op de centen. Medewerkers van het museum met de interim-directeur voorop willen structureel een hoger bedrag dan dat het college wil uitgeven. Veel belangrijker is wat wij nu wíllen als gemeente met ons stadsmuseum. Moet het een laagdrempelige en breed toegankelijke plek worden? Een museum dat past in het Utrechtse rijtje Geldmuseum, Speelklok tot Pierement en Spoorwegmuseum. Of moet het Centraal Museum hoog inzetten op inhoud en zich gaan spiegelen aan ambitieuze kunstmusea als De Pont of het Van Abbemuseum?

Met dit Museum- en Bedrijfsplan kun je alle kanten uit. Het is even voorstelbaar dat Paul van Vlijmen (directeur Spoorwegmuseum) of Floris de Gelder (directeur Speelklok tot Pierement) de nieuwe directeur van het Centraal Museum wordt als dat een zwaargewicht uit een kunstmuseum het museum gaat leiden. Het is belangrijk dat de politiek nu een afweging maakt welk type museum past bij de vierde stad van het land. Een stad met domhoge culturele ambities, die zich warmloopt als Culturele Hoofdstad 2018.

Het wonderlijke is dat het Centraal Museum nog steeds potentie heeft. Nog niet alle gezichtsbepalende medewerkers hebben de moed opgegeven. Mocht het ambitieniveau van de gemeente echter te laag worden ingezet, dan is de kans groot dat ook zij zullen verdwijnen en hun heil elders zullen zoeken. Om die reden is het urgent dat de politiek beseft welke kansen en problemen er zijn. Nog steeds kan de fundamentele discussie gevoerd worden. Sponsors en fondsen zijn door de negatieve publiciteit van de afgelopen jaren afgeschrikt. Daardoor is het Centraal Museum in de hoek gedrongen. Passanten mochten leiding geven. Voorkomen moet worden dat het Centraal Museum eindigt als een breed museum zonder profiel, prestige en allure en met een management dat geen hogere doelen stelt dan de bezoekcijfers en een sluitende bedrijfsvoering. Wellicht verdient het de aanbeveling het museum los te koppelen van de Utrechtse politiek en het zoals dat met zoveel andere musea in het land is geschied te privatiseren.

© 2007-2012 AllesoverUtrecht