Als mijn vader ging vissen mocht ik altijd mee, maar als hij ging snoeken moest ik altijd thuis blijven. Mijn vader hield niet van praten en omdat ik wat dat betreft meer op mijn moeder leek, bezat ik in zijn ogen een karaktereigenschap die het vangen van deze roofvis in de weg zit. Zelfs een enkel langs de waterkant gefluisterd woord zou volgens mijn vader alle vangbare snoek op de vlucht jagen. Voor mijn tegenargument dat snoeken niet eens oren hebben om iets mee te kunnen horen was mijn vader niet gevoelig.
Waarom hij daar ongevoelig voor was weet ik niet omdat mijn vader, zoals gezegd, graag zweeg. Ik zeurde mijn moeder suf om mijn vader over te halen me mee uit snoeken te nemen. Dat werkte na twee jaar. Op een vrijdagavond zei mijn moeder – het eten was op, de vlaflip stond eraan te komen: “Pa, morgenochtend neem jij onze kleine Henkie maar eens mee snoeken ” “Dan moet jij maar zorgen dat hij om kwart voor vijf wakker is”, zei mijn vader die met het besef leefde dat hij het in huis helemaal voor het zeggen had, maar dat mijn moeder de baas was. De volgend ochtend ving ik een snoek van 21 pond.
Iedereen die toen bij ons in de straat woonde en nog leeft weet zich wellicht nog te herinneren dat ik hem huis aan huis kwam laten zien. Vorige week vroeg Ton Temming - dat is behalve een neef van mijn muzikale partner een levende legende in sportvisserkringen - of ik mee wilde gaan snoeken. Ik voelde me die snoekdag net zo opgetogen als toen ik voor het eerst met mijn vader mee mocht. Alleen ving ik nu niks. “Ik heb toch voor mijn doen zowat geen woord gezegd tijdens het vissen”, zei ik omdat ik maar niet kon begrijpen waarom de snoek niet bijten wilde. “Door jouw geouwehoer komt het niet,” zei Ton, ik vermoed dat de Turkse, de Californische, dan wel de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft de snoekstand in dit stuk polder ook al gedecimeerd heeft; want die uitheemse zoetwaterkreeft vreet in alle polders alle jonge vis weg.”
De uitheemse kreeftjes die haast ongezien onze eigen voorntjes en roofvissen aan het uitroeien zijn, mogen gelukkig onbeperkt gevangen worden en daarna gewoon levend gekookt. Ze hebben de grootte van een reuzengamba, maar zijn veel lekkerder. Ze kosten niks.
Henk Westbroek