Gerard Hoek, universitair medewerker (IRAS), en Wim Ovaa (GGD) zijn gespecialiseerd in het onderwerp ‘gezondheid en luchtverontreiniging’ en lieten zich graag door wethouder De Weger uitnodigen om luister bij te zetten aan diens slotdebat over de luchtkwaliteit op 14 april ten stadhuize.
Een uitnodiging om te komen praten met wat betrokken burgers sloegen ze echter af. Gerard Hoek schreef: “Het ligt niet op mijn weg om mee te discussiëren over wat ik de laatste dagen voorbij heb zien komen.” Wim Ovaa van de GGD schreef: "Ook voor mij geldt dat ik een andere rol in dit dossier vervul dan die van ‘actievoerder’.”
Waarom gaan de wetenschappers Hoek en Ovaa wel in op een uitnodiging van de wethouder en niet op de uitnodiging van enkele burgers die zich kritisch opstellen omdat de gemeente niet genoeg doet tegen de luchtverontreiniging? Zijn de wetenschappers bang dat de wethouder het niet zo'n goed idee vindt als zij met enkele dissidenten praten?
Ik dacht dat de wetenschap onafhankelijk was. Als de gezondheid van bewoners je aan het hart gaat, dan doe je wat je als gezondheidswetenschapper behoort te doen: praten met iedereen die zich zorgen maakt over luchtverontreiniging. Als je onafhankelijk bent, mag het niet uitmaken of je bij de wethouder aanschuift of bij wat kritische burgers.
De vraag is dus: hoe zit het met de onafhankelijkheid van wetenschappers als Gerard Hoek en Wim Ovaa, als het niet op hun weg ligt of niet past bij hun rol in dit dossier om met wat kritische burgers te praten, terwijl ze wel opdraven bij het slotdebat van de wethouder?
De onafhankelijkheid van de wetenschap, daar moesten we ons maar geen illusies meer over maken. Universiteiten moeten tegenwoordig de boer op om opdrachten en geld binnen te halen. Een wethouder of een minister moeten ze dus te vriend houden, want daar zit het geld. Actiegroepen en bewoners hebben geen geld en hoeven dus niet te rekenen op belangstelling van de kant van de wetenschap.
Wim Ovaa werkt bij de GGD en die staat onder bevel van de wethouder. De GGD mag de ‘wetenschappelijke’ onderbouwing aanleveren voor de prietpraat van de wethouder voor Verkeer en Milieu. Voor de universiteit en de GGD geldt: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Kees van Oosten