In 1985 werd het Besluit op de ruimtelijke ordening vereenvoudigd: artikel 7, dat inhield dat gemeentebesturen bij de voorbereiding van plannen allerlei onderzoek moesten doen, werd geschrapt. Het distributieplanologisch onderzoek ('dpo') was dus niet langer vereist. Dat neemt niet weg dat het gemeentebestuur op grond van de Algemene wet bestuursrecht nog steeds verplicht is alle relevante feiten en kennis te verzamelen (art. 3.2), dus ook over de winkelstand.
Daar komt echter niets van terecht, zoals in het geval van het Winkelgebouw Vredenburg-Noord te zien is. Voor de plannen met het Stationsgebied is hoegenaamd geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van die plannen voor de winkelstand. We moeten het doen met het verouderde en achterhaalde “Boodschap aan winkels” uit 2000.
Dpo's zijn er om te onderzoeken of er geen overbewinkeling ontstaat. Daartoe wordt het winkelvloeroppervlak in bijvoorbeeld het stadscentrum vergeleken met de koopkracht die op dat stadscentrum gericht is. Blijft die koopkracht achter bij het geplande winkelvloeroppervlak, dan krijg je overbewinkeling, gaan er winkeliers kapot, gaat werkgelegenheid verloren en treedt kapitaalvernietiging op.
De stationsplannen van de gemeente voorzien in een uitbreiding van Hoog Catharijne met 45.000 m2, een verdubbeling dus. Daarmee wordt HC groter dan het binnenstadswinkelgebied. Onder HC komt ook extra parkeergelegenheid. Het Leidsche Rijn Centrum, dat langs de A2 wordt gebouwd, krijgt ook 45.000 m2. Daarnaast breiden winkelcentra in wijk, buurt en regio zich uit en neemt het thuiswinkelen via internet stormachtig toe. Nu al wordt 10 procent via webwinkels besteed. In de VS is dat 24 procent, in Ierland 20 en Engeland 15.
Tot het jaar 2025 groeit de stad van 275.000 naar 340.000 inwoners. Dat is een groei van 65.000, uitgesmeerd over 20 jaar. In Leidsche Rijn zullen in 2025 80.000 mensen wonen. Het aantal inwoners ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal daalt dus, en wel met 15.000. Tegenover de verdubbeling van Hoog Catharijne staat een daling van het aantal inwoners in de bestaande stad, terwijl Leidsche Rijn zijn eigen Leidsche Rijn Centrum krijgt langs de A2, prima met de auto bereikbaar.
Elke gemeente speculeert erop koopkracht uit de regio te kunnen binden. Dat is bij Utrecht echter steeds minder het geval. Volgens de Economische Effectrapportage 2003 loopt de oriëntatie van de regio op het Utrechtse stadscentrum juist terug. Nieuwegein, Woerden, Maarssen ontwikkelen hun eigen centra en speculeren er juist op dat ze kopers uit de stad Utrecht weg kunnen kapen.
Zet je alles op een rijtje, dan is de uitbreiding in het Stationsgebied met maar liefst 45.000 m2 winkelvloeroppervlak gekkenwerk. Dat draait uit op een ware slachting onder de winkeliers in de binnenstad. Wie wil weten hoe de Utrechtse binnenstad er over 5 à 10 jaar uitziet, moet maar eens naar Amsterdam gaan en door het Rokin en de noordelijke Kalverstraat lopen: alleen nog maar toerisme, horeca en plat vermaak. Binnenstadsbewoners kunnen beter een goed heenkomen zoeken.
Kees van Oosten