Dertig procent van de bewoners van de binnenstad overweegt om te verhuizen. Dat is een alarmerend feit. Deze ontwikkeling is in 1961 al beschreven door Jane Jacobs in het nog steeds toonaangevende boek 'The Death and Life of Great American Cities'.
Als de plannen van de gemeente doorgaan, wordt Hoog Catharijne verdubbeld. Met de uitbreiding van winkels in het stationsgebouw en bij de Jaarbeurs betekent dat dat er 45.000 vierkante meter bij komt. Dicht bij het station, dicht bij de OV-terminal en bij parkeergelegenheid. In het nieuwe Leidsche Rijn Centrum vindt ook een uitbreiding plaats met 45.000 vierkante meter, The Wall langs de A2 is goed voor 20.000 vierkante meter, de Belle van Zuylen voor 5.000 vierkante meter. Zo kan ik nog een tijdje doorgaan.
Een kind begrijpt dat je het winkelvloeroppervlak in een stad niet onbeperkt kunt uitbreiden, dat je rekening moet houden met het aantal huishoudens in stad en regio en wat die te besteden hebben: de koopkracht. En dat je bovendien rekening moet houden met de ontwikkeling van winkelcentra in de regio en in andere steden. Een kind begrijpt dat wel, maar het Utrechtse gemeentebestuur begrijpt het niet of wil het niet begrijpen. Bij de voorbereiding van het Structuurplan Stationsgebied is de verhouding tussen het winkelvloeroppervlak en de koopkracht op geen enkele manier onderzocht.
Het aantal inwoners van Utrecht stijgt van 275.000 in 2005 naar 340.000 in 2025. Dat is 23% in de loop van 20 jaar. Dat zinkt in het niet bij de ongebreidelde groei van het winkelvloeroppervlak. Die ligt namelijk in diezelfde periode rond de 70%. Het voor de hand liggende gevolg is een gigantische overbewinkeling en het gevolg van die overbewinkeling is dat de moeilijk bereikbare winkels in de binnenstad kapotgaan. Wat daar nog eens aan bijdraagt, is dat in de bestaande stad, dus ook de binnenstad en omgeving, het aantal huishoudens de komende 20 jaar sterk blijft dalen. De groei zit hem in Leidsche Rijn en dat is zo ver bij de binnenstad vandaan dat de koopkracht in Leidsche Rijn ten goede komt aan het Leidsche Rijn Centrum en niet aan het winkelgebied in de binnenstad.
De binnenstad raakt niet alleen haar winkelfunctie kwijt, maar ook haar culturele en bestuurlijke functie. De bibliotheek gaat naar het Smakkelaarsveld, Tivoli gaat naar het Muziekpaleis en alles wat met het bestuur te maken heeft, gaat naar het nieuwe stadskantoor aan de Jaarbeurszijde van het station. Het stadscentrum verplaatst zich in feite naar het gebied Hoog Catharijne - Jaarbeurs. Dat is een doelbewuste keuze, maar dat wordt niet hardop gezegd. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de binnenstad, nog veel meer dan nu al het geval is, gedomineerd zal worden door horeca en uitgaan. En het gevolg daarvan is dat bewoners massaal zullen vertrekken. De binnenstad wordt een monofunctioneel horecagebied, waar het 's nachts bruist, waar overdag niets te beleven valt en waar niet meer gewoond wordt.
Ziet de afdeling Stedenbouw van Utrecht dat dan niet aankomen? Kijk naar het Structuurplan Stationsgebied en je weet het antwoord: stedenbouwkundigen komen er tegenwoordig helemaal niet meer aan te pas. Ruimtelijke ordening en stadsplanning zijn in Utrecht tegenwoordig het exclusieve domein van monopolisten, projectontwikkelaars en onroerend-goedhandelaren.
Kees van Oosten