Kaakkramp
Column
Gepubliceerd: 2008-11-01
door: Wouter de Heus
Vrijdagavond ben ik zelf maar weer eens een tijdje gaan kijken bij de Rode Doos in Leidsche Rijn. Gewoon om even te proeven hoe het er daar nu echt voorstaat. Het was een aangenaam bezoek. Ik had mijn zoontjes gezellig meegenomen. Die vinden het nu nog leuk, mee op onderzoek met papa. Dat is straks wel anders, dus geniet ik er voorlopig maar van.
Het viel op dat de stroom auto’s keurig werd begeleid tot in het parkeervak door mannen met van die lichtgevende toortsen. Een - nul voor Vredenburg. De mensen achter de kassa zijn vriendelijk en behulpzaam en van lange rijen is geen sprake. Twee - nul voor Vredenburg. De vriendelijk glimlachende meiden die in de lobby het programma uitdelen en de mensen verwijzen naar de balie waar de uitrijmuntjes te koop zijn (vijf euro per auto) doen het uitstekend. Drie - nul voor Vredenburg. De garderobe is snel en de dame die mij opvangt een grote kindervriend. Vier - nul en vijf - nul voor Vredenburg!
Een jammerlijke smet blijft de verkeerssituatie rond het centrum. De vraag is wat de mensen van Vredenburg daaraan kunnen doen. Hoewel is vaak de route reed vanuit Leidsche Rijn (onmogelijke Hoge Weide, rechtsaf richting Utrecht, A2 over, links weer terug naar A2 en dan links richting de voormalige velden van UVV) overkwam het mij dat ik achter een zoekend echtpaar aansturend ook tegen het verkeer op de busbaan terecht kwam! Godsonmogelijk dat het mij als lokaal kenner overkwam, maar dan gaat er volgens mij iets niet goed.
Op de terugweg ook zo’n geintje. Groot verkeersbord aan het eind van een T-splitsing. Links Utrecht centrum, rechts ‘ring’. U snapt, bijna iedereen wil naar de ring, maar die weg is afgesloten! Ik trek voor deze omissies grif vijf punten af. Het is de mensen van Vredenburg niet aan te rekenen, maar je bent al je goodwill kwijt met zoveel onbenulligheid. Vredenburg zou in de min komen als er punten gerekend moeten worden voor de hoeveelheid gasten die na een concert blijven hangen om de baromzet lekker op te pompen. Dat valt ernstig tegen. De laatste klanken zijn nauwelijks uitgestorven of een menigte sprint het gebouw uit op weg naar de auto.
Aardig plusje was het feit dat een gelede stadsbus meteen naast het gebouw klaarstond om bezoekers naar Utrecht Centraal te vervoeren. Overigens een druppel op de gloeiende plaat, want de actie betrof slecht een bus. Toen die was verdwenen, konden de overige bezoekers gewoon het donkerde taluud opklauteren richting de standaard halte.
Alles overziend zou ik als nieuwe interimdirecteur vooral met de gemeentelijke dienst Stadswerken gaan praten om snel wat aan de verkeerssituatie te doen. En, licht die omgeving fatsoenlijk uit, zodat je niet het gevoel hebt je in een verschrikkelijke scène van een horrorfilm te bevinden. Wat natuurlijk verschrikkelijk is voor die vriendelijke personeelsleden van de Rode Doos, de gemeente roept al maanden dat ze hard aan deze punten werkt. Ja, dan kan je lachen tot je een kaakverkramping hebt, maar dan komt het lek nooit boven!
|