10 jaar (2)
Column
Gepubliceerd: 2008-10-19
door: Wouter de Heus
Als u dit leest hebben we het feestje voor tien jaar leven in de polder net gehad. De gemeente kwam op 14 oktober in het eerste straatje van Leidsche Rijn cadeautjes brengen. Niet de hele straat, dat zou wat al te begrotelijk worden, maar in dat deel van het Klifrakplantsoen dat als eerste werd opgeleverd, in 1998. Inderdaad, in mijn deel van de straat. Wethouder Harrie Bosch kwam langs met taart en bloemen en het was gezellig.
Tien jaar Leidsche Rijn is ook tien jaar opmerkelijke personen. Leuk om die hier een keer de revue te laten passeren. De helaas dit jaar gestorven 'burgemeester' van de Groenedijk, bijvoorbeeld. Antoon van Schaik. De mooie baas die honderd jaar werd en decennia lang in een heel klein en oud huisje woonde, aan diezelfde Groenedijk waar hij de burgemeester was. Wat was hij trots om met Wim Kok te spreken toen de eerste paal de grond in ging.
Maar ik denk ook aan ingenieur Jan Kingma. De man woonde met zijn charmante vrouw Carla ook in het eerste plannetje van Leidsche Rijn. Hij dreef de gemeente tot wanhoop, samen met de dames De Rijk en Piekaar. Bij iedere inspraakavond was hij prominent van de partij om zijn gal te spuwen wat er allemaal beter kon en moest. En, heel wat van de plannen van ingenieur Kingma zijn uiteindelijk verwerkt. Maar, toen was hij al 'gevlucht' naar het rustieke Drenthe. Zo'n bouwput was wat teveel van het goede voor het gepensioneerde echtpaar. Al begreep ik dat voor hen Drenthe te rustiek was, en ze weer verhuisden naar Ede.
De dames De Rijk en Piekaar, bewoners van de Groenedijk, hebben ook heel wat rode vlekken in ambtelijke nekken veroorzaakt. Inmiddels zijn ook deze voorvechters voor groen en logica in de woningbouw, in rusten. Ze hebben veel bereikt en wonen nog steeds met plezier aan hun dijkje, nu omringt met rijtjeshuizen. Ik denk aan de columns van achterbuurman Jan van Galen die hij wekelijks schreef voor toen nog het Utrechtse Nieuwsblad. Mijn pen scherp? Dan bent u de pen van Van Galen vergeten. Hij was een week bezig met het slijpen van zijn ganzenveer en doopte hem eerst in een potje met arsenicum en vitriool. Heerlijk!
Waar ik ook aan denk is de eerste wethouder alhier, Annemiek Rijckenberg. Als bewoners maakten we haar niet in haar beste periode mee. Het zat verschrikkelijk tegen met de bouw van het stadsdeel. Er waren hoogoplopende ruzies met de toen nog zelfstandige dorpen Vleuten-De Meern en toen de eerste woningen er stonden, klaagden de kersverse bewoners steen en been. We moesten hier met lieslaarzen al slootjespringend proberen de wijk uit te bomen om een brood aan te schaffen. Er was helemaal niets. En Annemiek, die kon de klappen opvangen. Dat lukte haar deels. Ik heb volgens mij nog nooit iemand zo gelukkig gezien dat ze afscheid kon nemen van haar stadsdeel, eind 2000!
|