Beer
Column
Gepubliceerd: 2008-09-12
door: Rene Verhulst
Voormalig burgemeester van Hoog Catharijne, John de Beer, is niet meer. Vorige week overleed hij onverwacht op vakantie in Bergerac in Frankrijk. John had tot voor een jaar of zeven een winkel in klein textiel zoals kousen, sokken en ondergoed in Hoog Catharijne, tegenover de ingang van de V&D. Hij maakte de opgang van het winkelcentrum mee en hield grote shows in de befaamde discotheek Cartouche op de Mariaplaats.
Eind jaren negentig bond hij met de winkeliersvereniging de kat aan de bel over de overlast van junks in HC. Hij nam geen blad voor de mond en dat in een tijd dat een junk werd gezien als slachtoffer van de maatschappij. Als raadslid maakte ik een vergadering van de winkeliers mee. Wat een toestanden toen al in HC. Het ging niet alleen om het slapen van daklozen in de Clarentuin, maar ook om het jatten, bedreigen, vervuilen en het gevaar van brandstichting. Dat laatste zou rampzalig geweest zijn.
Hij vond nauwelijks een ingang in het stadhuis. De boodschap was eigenlijk dat winkeliers dit zelf maar moesten oplossen en de junks met rust moesten laten. Dat duurde een paar jaar tot het echt de spuigaten uitliep en er gerichte maatregelen volgden. Zijn vroegtijdige acties zouden John later het ongeschreven Utrechtse beroepsverbod opleveren. Hij stopte als winkelier. Zes dagen in de week achter de toonbank, teruglopende omzet – hij vertelde me ooit dat hij in een zomer drie dagen achter elkaar niets had verkocht – en weinig perspectief waren de redenen. Hij solliciteerde als gebiedsmanager voor HC. Wethouder Jan van Zanen en ik deden nog moeite voor hem. Onbespreekbaar was het; men wilde een academicus voor deze beleidsfunctie.
Maar John werd gerehabiliteerd. Na werk in de meubelbranche, en toen hij daar op straat kwam chauffeur op een broodwagen waar hij om vijf uur in de ochtend begon, kwam hij in dienst van de winkeliersvereniging van de Amsterdamse Nieuwendijk. Daar sprak ik hem een paar keer. Binnen een paar jaar had hij de Kalverstraat, het Damrak en de Dam toegevoegd aan zijn rayon. Op het Damrak kwam ik hem tegen bakkeleiend met een winkelier over een hinderlijk sandwichbord. Maar hij zorgde er ook voor dat alle koopwaar bij dodenherdenking in Amsterdam binnenstond en de bloemen op de Dam hingen. Dan kan je wat.
John, Oudwijker, altijd hartelijk, Utrechtse humor, altijd in touw en trots op zijn kinderen, kleinkinderen en vrienden. Hij is er echt niet meer. Op zijn begrafenis werd hij een Utrechter met een Amsterdams hart genoemd. Ik weet geen betere omschrijving. Ergens daarboven, ik weet het zeker, organiseert hij de verkoop van kaarsen.
|