Zeer aan te bevelen, het boekje van Wijnand Duyvendak, maar niet om de spijt die hij betuigt over zijn actieverleden. Daar zou hij trots op moeten te zijn: kraken, bezetten en inbreken om geheime ambtelijke documenten in de openbaarheid te brengen. In de commandobunker in Kloetinge trof hij kaarten aan met daarop locaties voor interneringskampen voor 'gastarbeiders' en 'subversieven'.
Interessant om te weten wat de overheid voor ons verbergt. Bij een inbraak op het ministerie ontdekte hij geheime documenten waaruit bleek dat er concrete plannen werden gemaakt voor de bouw van kerncentrales. Wijnand verdient een lintje: zonder zijn acties zaten we nu met een stuk of wat extra kerncentrales opgescheept. Niettemin neemt hij afstand van dit actieverleden.
Vanaf het einde van de jaren tachtig ging Duyvendak andere keuzes maken: "In de volgende hoofdstukken ga ik in op mijn ontwikkeling naar de parlementaire politiek." En dan legt Duyvendak in 150 bladzijden uit wat hij in zijn parlementaire werk bereikt heeft, namelijk niets. Was hij maar actievoerder gebleven, was hij maar doorgegaan met kraken, bezetten en inbreken.
Hoofdstuk na hoofdstuk beschrijft hij hoe alle politieke partijen, als het erop aankomt, weigeren om te kiezen voor effectieve maatregelen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Hoe Diederik Samson van de PvdA, ooit actievoerder bij Greenpeace, alleen nog maar gaat voor het partijpolitieke belang van zijn partij, hoe de ene na de andere milieuminister niets voor elkaar krijgt en hoe Nederland als mondiaal milieu-gidsland in korte tijd is terugvallen naar de 55ste plaats, ergens tussen Jamaica en Bulgarije.
De stijgende CO2-uitstoot is een tikkende tijdbom. En er resten ons nog slechts tien tot vijftien jaar om die tijdbom onschadelijk te maken. Aldus Duyvendak. Waarom hij als succesvol actievoerder de voorkeur geeft aan zinloos parlementair werk is een raadsel. Ik kan me niet voorstellen dat hij dat ook nu nog vindt, nu ook zijn eigen partij hem heeft laten vallen. De vraag of wij ons, met het rampzalige vooruitzicht van een aarde zonder gletsjers en zonder poolijs, per se aan de wet en aan politieke spelregels moeten houden, lijkt mij niet moeilijk te beantwoorden.
Kees van Oosten