Schobbejakken
Column
Gepubliceerd: 2008-09-26
door: Wouter de Heus
Er was eens een actievoerder. Een socioloog van de oude stempel. Ooit docent aan een gerenommeerde universiteit in Breukelen. Oud-socialist ook, lang geleden, als partijbons in Noord-Holland of zo. Hij maakt zich iedere dag druk. Druk om de vertrapten der aarde. Druk over kinderen en ouden van dagen die te veel vieze lucht inademen. Maakt zich zorgen over de verrechtsing van de Staat. Lastige hangjongeren worden aan hun lot overgelaten. Het welzijnswerk is in Utrecht van een bedroevende kwaliteit als het gaat om de moeilijke jeugd. Repressie kwam in de plaats van begeleiding.
De man is wat naïef, dat moet gezegd. Hij overschreeuwt zich weleens om de publiciteit te halen. Daarmee schiet hij niet alleen zijn doel regelmatig voorbij, maar mist soms een genuanceerde blik om te zien dat de personen die hij wil redden, ook niet altijd zuiver op de graat zijn. Hij bespeelt, maar laat zichzelf ook bespelen. Naïef derhalve, en wat ijdel.
De 'luizige' man werkt knetterhard voor een hongerloontje. Dat vindt hij geen enkel probleem. Zolang er eten is en een dak boven het hoofd, is hem dat luxe genoeg. Terwijl zijn grootste strijd de frisheid van hetgeen wij inademen is, rijdt hij in de meest vervuilende auto die ik ooit zag. Beetje dubbel, maar hij gebruikt het ding ook zelden. Zijn vrouw, de trein en een oude fiets zijn zijn echte vrienden. En een oude hond, maar die is dood. Trouwens, dat roestblik op wielen schijnt op LPG te rijden. Dus vergeet maar wat ik daarover zei.
De vertegenwoordigers van de plaatselijke Staat hebben het niet erg op deze grote zestiger. Hij ligt veel dwars en kost veel geld. Wint iets te veel rechtszaken en frustreert daarmee de plannen van de boven ons gestelde mensen. Het is ook jammer dat ik niet weet of de meerderheid in onze stad het met deze hoog geplaatste personen eens is, of met deze wat zonderlinge eenling. Dat zou onderzoek verdienen. Dat gezegd hebbend, de democratie valt of staat met hoe wordt omgegaan met de stem van de minderheid. Laat ik het zo zeggen: hetgeen de gemeenteraad in meerderheid beslist is niet zelden een matig compromis, gebakken in achterkamers om de duur van de zittende macht te verlengen. Ik bedoel, als de kwaliteit van de besluitvorming wat beter zou zijn, zou de burger zich wat vaker neerleggen bij een meerderheidsbesluit van de politieke elite.
Inmiddels wordt de oude socioloog in een hoek gedreven. Het weinige dat hij zeer bewust bezit, dreigt hem afgenomen te worden. Om gehoord te worden, om reactie te ontlokken, beledigde hij een groep beleidsmakers tot op het bot. Dat is niet netjes en bovendien ongeveer het domste dat je kunt doen. Beleidsmakers hoor je aan te pakken via de politiek, dat weet iedereen. En door zo’n heldere stok te geven, was het afwachten wanneer (en hoe hard) de klappen zouden vallen. En ze zijn gevallen. Ongekend fel en ongekend hard. De klappen die nu vallen, komen mij voor als zinloos geweld.
In de bijbel staat dat als je een klap krijgt, je de andere wang toekeert om nog een dreun te ontvangen. Het is het tegengestelde van oog om oog, tand om tand, dat ook de bijbel haalde. Op zich zie ik het nut wel van de eerste bijbelse versie. Het brengt iemand dusdanig van z’n stuk, dat ie in de regel die tweede klap niet uitdeelt. Het is maar hoe je de bijbel uit kan leggen, zal hier gedacht zijn.
De felle actievoerder ligt nu op de grond, en over hem heen gebogen staan drie door u betaalde beleidsmakers met lange stokken. Een roedel bloedhonden drentelt er omheen. Zal de genadeklap worden uitgedeeld? Ik verwacht van niet. De actievoerder is sterk genoeg om zich weer op te richten. Maar de sfeer is wel definitief verziekt. Ik bedoel, dat de beleidsmakers hun gelijk zochten snap ik best. Ik zou dat zelf misschien ook doen. Maar als het gelijk gehaald is, dan is de kous af.
Aan de andere kant is het vreemd dat in een periode waar het actieverleden van huidige ambtsdragers van bijna drie decennia geleden wordt uitgevlooid - een actieverleden waar het er soms hard aan toe ging - we nu al niet meer tegen woorden kunnen. De gevechten die vroeger met bivakmuts en brandbommen werden uitgevochten, zijn verschoven naar papier en rechtbanken. Er valt geen klap, maar toch vloeit er bloed. We halen ook nergens de schouders meer voor op. Mijn moeder zei vaak: “Laat maar lullen, die weet niet beter”, of “Woorden doen geen pijn”. En tuurlijk, woorden kunnen pijn doen. Maar om gezeur over woorden om te laten slaan in spreekwoordelijke bloederige gevechten op leven en dood, dat gaat erg ver. Zal een verstandig iemand ingrijpen en dit gevecht beëindigen? Ik mag het hopen, maar verwacht dat niet. De gemeente stak al tienduizend euro in het gevecht en heeft een schier onuitputtelijke boom waaraan de muntjes groeien. Die boom mag dan van ons allen zijn, ik geloof niet dat onze ambtsdragers daar hetzelfde over denken. Er is A en B gezegd, dan stop je niet zomaar.
Wat ik misschien nog het ergste vind, is dat ik bovenstaand stukje acht keer heb overgelezen. Om te kijken of ik niet aan beledigingen heb gedaan. Dat is dus al bereikt door de schobbejakken. Mooi woord, schobbejakken. Ik had daar ook guiten, schelmen, schavuiten, deugnieten of bengels van kunnen maken. Rapaille klinkt al licht beledigend, dus dat koos ik niet. Om van een term als schoftentuig maar te zwijgen. Zelfcensuur is overigens nog fnuikender dan opgelegde censuur. Het is maar dat u het weet!
|