Klagen over ambtenaren hoor je volgens Paulus Jansen en Aleid Wolfsen te doen bij het college, de wethouder of desnoods bij de gemeenteraad. Hoe meer ik me afvraag waarom dat zo zou zijn, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het onzin is.
Uit ervaring weet ik dat het niets uithaalt om bij een wethouder, het college of de raad over het optreden van een ambtenaar te klagen. Dat is misschien ook juist de reden waarom ons die doodlopende weg zo dringend wordt aanbevolen. Ik heb regelmatig namens cliënten bij het college over ambtelijk optreden geklaagd en krijg altijd hetzelfde antwoord: "De ambtenaar in kwestie treft geen enkel verwijt."
Ik heb echter vooral twee principiële bezwaren. Het eerste is dat een ambtenaar niet anders behandeld hoeft te worden dan een gewone burger. Als een burger zich asociaal gedraagt, mag hij daar door zijn medeburgers op worden aangesproken. Ik zie niet in waarom dat anders zou zijn in het geval van een ambtenaar die zich asociaal gedraagt.
Mijn tweede bezwaar vind ik het belangrijkste. Als een ambtenaar het risico loopt dat hij publiekelijk wordt aangesproken op regelontduikend of asociaal gedrag, dan heeft hij een krachtig argument om tegen zijn superieuren en collega’s te zeggen: "Jullie bekijken het maar. Ik heb geen zin om mij publieke verontwaardiging op de hals te halen. Als jij de boel wil belazeren, dan doe je dat zelf maar." Hij kan de publieke opinie dan gebruiken als tegenwicht tegen de druk die hoge ambtenaren op hem uitoefenen om aan foute praktijken mee te doen.
Het feit dat de ambtenaar individueel door het publiek kan worden aangesproken, kan hij zodoende aangrijpen om zijn vrijheid en zijn zelfstandigheid binnen de organisatie terug te krijgen. Hij krijgt daardoor veel meer ruimte om zijn eigen geweten een rol te laten spelen en zich te onttrekken aan 'corporate crime'. Individuele aansprakelijkheid democratiseert de organisatie.
Hoezeer ambtenaren in Utrecht behandeld worden als een soort lijfeigenen bleek bijvoorbeeld toen het college alle 5000 gemeente-ambtenaren verbood om in eigen tijd(!) deel te nemen aan het TUMULT-debat over ‘de vierde macht’. En toen het ambtenaren van Stadsontwikkeling via Intranet door interim-directeur Guido van den Born bij dienstorder verboden werd om mij informatie te verstrekken (openbare informatie welteverstaan!). Ambtenaren durven ook in hun eigen tijd niet met mij te praten en zoeken via een omweg contact.
Wolfsen beweert dat hij ambtenaren wil beschermen tegen publieke kritiek, maar wat hij bereikt, is dat ambtenaren er geen eigen mening op na durven te houden en slechts mogen doen wat ze wordt opgedragen. De ‘fatsoensregel’ dat klachten over een ambtenaar bij het college of de wethouder thuishoren, is dan ook helemaal niet in het belang van de ambtenaar. Het versterkt alleen maar de macht van het handjevol mensen dat in de ambtelijke dienst de lakens uitdeelt, de lieden van wie Wolfsen als burgemeester afhankelijk is.
Kees van Oosten