
Klik hier voor een vergrotingDe foto toont een verleden, nog niet eens zo lang geleden. Gevallen plataanbladeren, een knisperend teken van de herfst, misschien wel het enige dat nog hetzelfde is ieder jaar.
De rechtbank is niet meer. Lang leve de Rechtbank. Het is nu voor een deel hotel met bar en restaurant, het andere deel is Utrechts Archief. De centrale ingang kunnen beiden gebruiken. Ooit moest ik die ingang gebruiken.
Ik was betrapt in V&D met een paar boeken die ik niet kon afrekenen. Eerst moest ik mee naar het kantoortje van de beveiliging. Na een gesprek met de beveiligers, werd ik overgedragen aan de politie. Daar werd ik verhoord.
Enkele weken later kreeg ik een brief in huis, of ik me kon melden in de Hamburgerstraat. Het was een sepotgesprek. Dat was een soort korte cursus rechtspraak: kleine overtredingen en de passende straf.
Ik werd verwacht door meester Herstel, die later nog hoofdofficier in Utrecht is geworden. Daarna heeft hij zijn carrière voortgezet als voorzitter van de NCRV. "Soms is een hand op de schouder voldoende om iemand op het rechte pad te houden." Misschien heeft hij gelijk, ik ben in ieder geval niet meer met een gestolen boek gepakt.
Na het officiële gedeelte werd meester Herstel gemoedelijker en persoonlijker. Hij had in de oorlog vlakbij mijn geboortedorp gewoond, omdat het eten er beter was in die tijd. En ik geloof dat hij meer heeft gepraat over die tijd dan over mijn plaats in het rechtssysteem.
Herstel had een geruststellende stem, en praatte op een vaderlijke toon. Omdat dit de enige keer is dat ik hem gesproken heb, weet ik niet of dat zijn vaste stem is, of dat hij die gebruikte om mij op gepaste manier toe te spreken. Het was wel een manier van toespreken waar ik goed op reageerde. Thuis werd ik ook eerder streng toegesproken, dan dat ik op m'n donder kreeg, zoals sommige klasgenootjes. Uiteindelijk heeft het gewerkt, ik ben nog nooit veroordeeld.
M'n volgende rechtbankbezoek was in het nieuwe gebouw, dit keer als slachtoffer, en lang niet zo'n indrukwekkende happening. Een galeriehouder wilde m'n werk niet terug geven, en toen ik de foto's eindelijk terug kreeg waren ze beschadigd. Hij werd veroordeeld en moest mij en andere gedupeerde kunstenaars schadeloos stellen. Ik wacht nog steeds op het geld dat die rechter me toegezegd heeft. De rechtspraak is niet altijd perfect.