Heldhaftig
Column
Gepubliceerd: 2009-04-13
door: Rene Verhulst
Altijd al gedacht dat studentendiscotheek Woolloomooloo een poel des verderf was. Illegalen zonder collegekaart, vrouwen vroeger geen pasje nodig, drinkende barkeepers, hard schreeuwende en vomerende studenten, veel kapotte bierglazen op de grond. Utrecht is voorlopig veilig. De Woo is een maand dicht. Het vergt moed. De andere discotheken in de stad zijn tenslotte een stuk stijlvoller en veiliger met dranghekken en drie klerenkasten voor de deur.
1500 uur van mijn leven heb ik ongeveer doorgebracht in de Woo. De rekensom is 30 weken per jaar in 5 jaar op twee avonden van ongeveer 23.00 uur tot 4 uur. En dan reken ik zuinig. 1500 uur is ongeveer wat externe adviseurs per jaar rekenen aan beschikbare uren om te declareren aan opdrachtgevers.
Niet te tarten wat ik in die periode heb meegemaakt. Glazenophalers die complete stapels uit hun armen bewust op de dansvloer lieten vallen. Foei, slecht voor het milieu. Barkeepers die de zelf gemaakte lampen kapot sloegen. Vandalen. De bar lostrekken van de vloer. Hoe kom je er op. Met gevaar voor eigen leven heb ik een keer zelf illegaal een glas bier getapt omdat de barman daartoe niet meer in staat was. En ik heb het niet betaald. En dan die avond dat Fred de portier mij bijna liet bevriezen. Ik was het nummertje van mijn jas kwijt. Dan maar wachten tot sluitingstijd en mijn jas in de garderobe aanwijzen. Er hingen nog vier jassen en wees de mijne aan. Als toelichting zei ik dat mijn fietssleutel in de rechter zak zat. De man van de garderobe die wij vanwege zijn rode haar het broertje van Fred noemden zei: “Dat ken iedereen wel zegge, weg weze, vanmiddag om 17.00 uur ken je ‘m op komme haele.” Een breed grinnikende Fred zwaaide de deur voor me open en ik kon in overhemd bij 5 graden onder 0 en felle oostenwind naar de Willem Barentszstraat lopen. Ik verzeker u, het was een heel eind en het was koud. Dertig jaar later besef ik dat ik het wel niet had kunnen overleven.
Met mijn neus kan ik nu discotheken aanwijzen waar Marokkanen echt niet naar binnen komen. Ik weet plekken waar gedeald wordt, gewoon op straat of in auto’s. Er zijn cafés in de stad met illegale prostitutie, waar vrouwen tegen hun wil uitgebuit worden. Bij woonwagenkampjes zie ik zo zes overtredingen van de wet. BMW’s met jonge jochies die met 80 km door de stad scheuren, waar kinderen fietsen. Ach, men ziet de splinter in het oog van een ander en niet de balk in het eigen oog. Gelukkig is het Pasen. Een nieuw begin.
Stuur dit bericht door!
|