Altijd weet het college mij weer te verrassen door een beslissing te nemen die ik totaal niet had verwacht. Het probleem is dat ik ondanks alles toch geneigd ben om de overheid te zien als een rationeel calculerende instantie. Ze geven immers een vermogen uit aan top-adviseurs en peperdure advocaten en dan verwacht je dat er een uitgekookte strategie zit achter hun beslissingen.
Op 22 december 2008 droeg de rechtbank de gemeente op uiterlijk in de derde week van januari met een besluit op bezwaar over het Winkelgebouw te komen. Dat besluit had er eind augustus al moeten zijn, want de gemeente mag niet langer dan 10 weken doen over de behandeling van een bezwaar. Onder andere het BOCP, de SSLU (schone lucht) en de SZOU (zelfstandige ondernemers) hadden bezwaar gemaakt.
De rechtbank had op 22 december ook tegen de gemeente gezegd: "Ga in het besluit op bezwaar nu alvast in op alles wat het BOCP, de SSLU en de SZOU als bezwaren naar voren hebben gebracht, anders zitten we hier over een half jaar weer."
Wie schetst dus mijn verbazing toen ik 14 januari het besluit op bezwaar ontving: het BOCP en de SSLU worden door de gemeente niet-ontvankelijk verklaard. Lekker makkelijk, want dan hoef je niet op al die moeilijke bezwaren in te gaan. Laat de Raad van State nu net beslist hebben dat de SSLU wel degelijk als belanghebbend moet worden beschouwd. Ook het Bewoners Overleg City Project is een lastige klant, die net als de SSLU steevast door de rechtbank als belanghebbend wordt beschouwd.
Een hele dwaze beslissing dus, want het lijdt geen twijfel dat de rechtbank het besluit op bezwaar gaat vernietigen en de gemeente gaat opdragen om alsnog inhoudelijk op de bezwaren van de SSLU en het BOCP in te gaan. Kortom, precies hetzelfde liedje als bij de Majellaknoop. En wethouder De Weger maar klagen over die eindeloze juridische procedures.
Nog zorgelijker is dat in het besluit op bezwaar niet of nauwelijks wordt ingegaan op het bezwaar van de Zelfstandige Ondernemers: de dreigende overbewinkeling in Utrecht. De SZOU had aangevoerd dat het winkelvloeroppervlak in Utrecht de komende 10 jaar met 66% toeneemt, terwijl de bevolking maar met 16,6% toeneemt en dat bovendien een stormachtige ontwikkeling plaatsvindt in het internetwinkelen. De rechtbank kan niet accepteren dat zo'n fundamenteel bezwaar genegeerd wordt.
Waarom is het zo zorgelijk dat het besluit op bezwaar nauwelijks ingaat op het argument van de overbewinkeling? Omdat daaruit blijkt dat Hoog Catharijne er niet meer in gelooft (economische crisis, bereikbaarheidsproblemen). Als HC dat Winkelgebouw nog steeds graag had willen hebben, dan was het alsnog met een respectabel onderzoeksrapport op de proppen gekomen om te proberen het argument van overbewinkeling te weerleggen.
Als HC de uitbreiding met 6.500 m2 kennelijk al niet meer ziet zitten, dan hebben ze die andere 38.500 m2 natuurlijk ook al lang uit hun hoofd gezet. En de enige manier voor HC om onder de ontwikkelingsovereenkomst met de gemeente uit te komen, is dat de rechtbank het vrijstellingsbesluit met bouwvergunning voor het Winkelgebouw vernietigt. Doordat de gemeente nu dit beroerde besluit op bezwaar neemt, dat zeker door de rechtbank zal worden vernietigd, wordt HC op zijn wenken bediend en kan het zich terugtrekken uit de Stationsplannen. Het was in het belang van de gemeente geweest om met een goed doortimmerd besluit op bezwaar te komen, zodat HC zich niet aan zijn investeringsplicht zou kunnen onttrekken. In plaats daarvan komt de gemeente met een flutbesluit, waarvan de vernietiging bij voorbaat vaststaat.
Als het Winkelgebouw sneuvelt en Hoog Catharijne houdt het verder voor gezien, dan is het afgelopen met de Stationsplannen. Het enige wat dan overblijft, is een ongelofelijke puinhoop op het Smakkelaarsveld en het Vredenburg en een verlies van een paar honderd miljoen euro i.v.m. voorbarige sloop- en ‘conditionerings’-werkzaamheden, benevens honderden kilo's adviezen en rapporten.
Kees van Oosten