De prijs die Utrecht van Milieudefensie heeft gekregen in verband met het voornemen over te stappen op hybride stadsbussen moet Utrecht maar gauw teruggeven.
In het Actieplan Luchtkwaliteit 2008 wordt berekend dat de problemen met de luchtverontreiniging in 2015 wel zo'n beetje achter de rug zijn. Dat zou dan onder meer te danken zijn aan de invoering van de milieuzonering en het ‘verschonen’ van de bussen. Het effect van de milieuzonering blijkt zeer gering.
Volgens de gemeentelijke publicatie ‘De Milieuzone in Utrecht’ van 8 maart 2007 van de hand van Mark Degenkamp (DSO, Verkeer en Vervoer) levert de milieuzonering aan de rand van de centrumzone een reductie op van 0,2 à 0,6 microgram NO2 per m3. De door de gemeente berekende concentraties NO2 op bijvoorbeeld Bleekstraat, Vredenburg, Weerdsingel en Kinglaan lopen op tot 50 à 60 microgram/m3 (de norm is 40). Kortom, invoering van de milieuzonering heeft slechts een symbolische betekenis: "Kijk eens wat Utrecht allemaal uit de kast haalt."
De ‘verschoning’ van de bussen blijkt een regelrechte flop. Utrecht heeft 144 nieuwe bussen gekocht. De gemeente gaat er bij het berekenen van het effect van de ‘verschoning’ van uit dat de bussen in 2010 niet meer uitstoten dan 0,217 gram NO2/km. Daarbij is er van uitgegaan dat de bussen een gemiddelde snelheid halen van 15 tot 30 km/uur.
Het Wijk C Komitee is op zoek gegaan naar de testrapporten van de nieuwe bussen en daaruit blijkt dat deze nieuwe bussen bij een gemiddelde snelheid van 22,5 km/uur een uitstoot hebben van 1,8 gram/km. Dat is dus 8,3 x 0,217. Bovendien blijkt uit de dienstregeling dat de bussen in het centrum van Utrecht een gemiddelde snelheid hebben die lager ligt dan 15 km/uur en dat betekent dat de emissie circa 60 procent hoger ligt. Niet 1,8 gram/km dus, maar 2,88 gram/km. En dat terwijl de gemeente bij de berekening van het effect uitgaat van 0,217. Dat scheelt dus een factor 13,27. De berekening van de gemeente kan dus zo de prullenbak in, alleen al omdat de ‘toekomstige situatie’ van geen kanten klopt.
Om het effect van het ‘verschonen’ te berekenen, moet je natuurlijk ook de emissie NO2 kennen van het huidige wagenpark. Uit niets blijkt dat de gemeente die berekend heeft. De gemeente is voor haar vergelijking uitgegaan van de standaard-emissies die gelden voor 2011. Die zijn terug te vinden in Tabel A.5 van de ‘Handleiding webbased CAR versie 7.0'. CAR is het rekenprogramma luchtkwaliteit. Voor 2011 geldt bij een gemiddelde snelheid van 19 km/uur een uitstoot van 0,762 gram/km. Voor een gemiddelde snelheid van 13 km/uur wordt een uitstoot aangehouden van 1,216 gram/km in 2011.
Op grond van de aanname dat de bussen in 2011 slechts 0,217 gram/km NO2 uitstoten, komt de gemeente dus tot de slotsom dat de bussen 0,762 : 0,217 = 3,5 keer schoner worden dan de standaard die voor 2011 geldt. De werkelijkheid is dat de bussen, uitgaande van een gemiddelde snelheid van ca. 13 km/uur, 2,88 : 1,216 = 2,37 keer smeriger worden dan de standaard die voor 2011 geldt. Let wel: het gaat hier over NO2. En nogmaals, onbekend is wat de werkelijke uitstoot is van het huidige bussenwagenpark, want dat heeft de gemeente niet berekend.
Dat de nieuwe bussen wat NO2 betreft geen ‘verschoning’ tot gevolg hebben, is niet verrassend. Het is al veel langer bekend dat een reductie van fijnstof door middel van filters een extra uitstoot van NO2 tot gevolg heeft van circa 20 procent. Het Milieu en Natuur Planbureau heeft dat in opdracht van VROM al eens berekend (‘Retrofitregeling zwaar vervoer in relatie tot NO2’). De 144 nieuwe bussen geven een flinke reductie van fijnstof en ook daarom is het dus onaannemelijk dat ze bovendien een reductie geven van de NO2-uitstoot. Het voldoen aan de grenswaarden NO2 is juridisch gezien het grootste probleem.
Is het dan onmogelijk om zowel de uitstoot van fijnstof als de uitstoot van NO2 terug te dringen? Nee, maar als je dat wilt, moet je over durven stappen op hybride motoren of aardgasmotoren. Verschillende gemeenten hebben die keuze gemaakt, maar Utrecht houdt het bij conventionele dieselmotoren. Een gemiste kans. De prijs die Utrecht van Milieudefensie kreeg in verband met het voornemen om hybride stadsbussen aan te schaffen, moet Utrecht dan ook maar gauw teruggeven.
Kees van Oosten