Boerderij Utrecht
Column
Gepubliceerd: 2009-07-06
door: Rene Verhulst
Een boer kan eindelijk eens op vakantie. Zijn zoon zal op de boerderij passen. Na twee dagen belt de boer naar zijn zoon om te vragen hoe het gaat. “Eh…”, zegt de zoon. “Wat zal ik zeggen, ik heb de steel van de spade gebroken.” “Dat is niet zo erg mijn jongen”, antwoordt de boer. “Die zijn niet zo duur, heb je al een nieuwe gekocht? Je weet toch waar het geld ligt?” “Dat heb ik opgelost, iets duurder dan ik dacht, maar de nieuwe steel zit er al aan, het gaat weer goed.”
“Mooi zo” knort de boer. “Hoe heb je die steel eigenlijk gebroken?’ Het blijft even stil. “Ik was de hond aan het begraven.” “De hond, is die dood dan, hoe komt dat zo?” De zoon zegt: “die is tegen de brandweerwagen aangelopen.”
“Ja”, reageert de boer. “Je moet de hond op het erf houden.” “Het was ook op het erf”, hoort de boer nu. “Wat deed de brandweer dan op het erf”, roept de boer nu wat bezorgd klinkend.
“Er was brand in de hooischuur…”. “Wat zeg je me nu”, schreeuwt de boer, “hoe kan dat nu gebeuren en is het allemaal geblust?” “De brand was overgeslagen van het woonhuis”, zegt de zoon bedremmeld. “De boer slikt nu bijna zijn tong in en haalt diep adem. “Dus de hele boerderij is afgebrand, alles verloren.” “Daar lijkt het wel op”, zegt de zoon. “Er staat niets meer, de mensen van de verzekering lopen hier rond. Het komt allemaal wel weer goed.”
“Maar, maar”, stamelt de boer, “alles weg, hoe is de brand dan ontstaan, hoe kan dit?”
“Ik brandde kaarsjes voor oma”, antwoordt de zoon. “Die is overleden namelijk en door de wind vlogen de gordijnen in brand. Ik wilde blussen, maar eh, de waterleiding bleek geen druk te geven, ja zo is het eigenlijk gekomen. Maar we hebben nog wel een goede spade vader, die steel is goed gemaakt. Ja, als ik dit allemaal van tevoren had geweten dan had ik die kaarsen niet gebrand.”
Stuur dit bericht door!
|