Keurig
Column
Gepubliceerd: 2009-07-22
door: Wouter de Heus
Sport kijken is soms bijna net zo leuk als het zelf doen. Maar sinds de dagen ver achter mij liggen dat ik een alp richting Verbier net zo hard kan opfietsen als mijn vader dat deed in zijn stijlvolle Volvo 164 - met vijf kinderen verwachtingsvol over drie weken skiën op de achterbank - is dat niet meer aan de orde. Sterker, ik heb een bloedhekel aan fietsen en een berg leende zich in mijn ogen altijd alleen om er op latten af te glijden.
Ik doelde ook niet zozeer op fietsen. Mijn weekeinde was vooral gevuld met het volgen van de mooiste golfwedstrijd van het jaar. Op de schitterende Turnberry-baan. Aan de Schotse Westkust werd het 138e Britse Open afgewerkt. De Britten spreken gemakshalve van The Open, want dat er ook een Frans, Spaans en zelfs Nederlands Open wordt gespeeld, om er een paar te noemen, dat zal die rakkers worst zijn. Voor de Britten is er maar één echt golftoernooi en dat is het eigen. En gelijk hebben ze. Naast The Open is er in Amerika nog een andere klassieker, The Masters, en de rest is vulling op de internationale golfagenda wat mij betreft. Op de briljante golflinks (zeebaan) werd wederom geschiedenis geschreven.
Ik zal u de details besparen. Kortheidshalve kwam het er op neer dat een bijna 60-jarige wereldtopper die zijn piek had rond 1980 vier hele dagen het Wimbledon van het golf leidde en pas moest buigen voor een jonger exemplaar in de playoff. Vergelijkbaar met dat Federer dit jaar de finale pas met 30-28 in de laatste set had gewonnen van Bjorn Borg. Daarmee zou je kunnen beweren dat golf inderdaad knikkeren voor bejaarden is, ik hou vol dat het de meest democratische sport aller tijden betreft, waarbij kracht slechts voor een deel bepalend is. Ervaring, slimheid en het bedwingen van de zenuwen spelen ook een grote rol.
Maar de briljante vierdaagse strijdt van deze held uit mijn jeugdjaren was prachtig om te volgen. Ik was 10 toen ik hem, de Amerikaan Tom Watson, op dezelfde baan zag winnen in 1977. Nu is mijn oudste zoon 10 en keek hij met me mee. Ik geef toe, zoiets laat zich in een column niet uitleggen. Bij de finish in Verbier van de zondagse klimetappe zat hij vooral te balen dat wij daar als gezin nog niet waren geweest. Waarom opa dat wel deed vroeger, lekker met ons naar de wintersport. Tja, een journalist verdient nu eenmaal minder dan wat een industrieel directeur vroeger toucheerde. Al bleef dat toen nog keurig binnen de perken. Geld verdienen we niet, respect verdienen we amper. Dat hoeft wat mij betreft ook niet. Maar dat een of andere stoethaspel van de Veluwe ons in Utrecht denkt te vertellen wat we journalistiek al dan niet mogen onderzoeken is the bloody limit. Het is mijn zoon amper uit te leggen waarom z’n ouwe heer genoegen neemt met een lullig inkomen om stukjes te schrijven op stedelijk niveau in plaats van over wintersport en golftoernooien. Als onze bestuurders weer ‘keurig’ worden Daan, dan gaan wij lekker skiën!
Stuur dit bericht door!
|