
Klik hier voor een vergrotingDit voorjaar ben ik voor het eerst foto's wezen maken in Leidsche Rijn. Het heeft me nooit echt getrokken. Ik was er al een paar keer geweest tijdens een fietstocht, maar het inspireerde me niet. Ik werd er eerder triest van. Die opengewoelde aarde, bergen zand, en hier en daar nog iets dat er aan herinnert dat de plaats hiervoor ook al bestond.
Totdat ik voor het eerst 's nachts door Leidsche Rijn reed. Dat was na een personeelsfeest van het UCK ter ere van de opening van hun nieuwe pand: de Cultuurcampus. Ik reed met een collega 's nachts weer naar huis en wist weer waarom ik nachtfotografie zo mooi vind.
De aarde was deze keer nog verder omgewoeld en op veel plekken al bebouwd. De grond lichte op langs de vers aangelegde, en goed verlichte wegen en fietspaden, die trouwens nog wel opeens in zo'n stuk omgewoelde aarde konden eindigen. Verder richting horizon werd de grond donkerder tot zwart, om aan de horizon door felle neonverlichting overschreeuwd te worden.
In tegenstelling tot mijn kennis van de binnenstad, wist ik niks in Leidsche Rijn. Ik wist niet waar te beginnen. De eerste nacht kwam ik niet verder dan de Hogeweidebrug, en in het karakteristieke Thomas à Kempisplantsoen haalde ik mijn statief al tevoorschijn voor de eerste foto's van die nacht.
Een van de volgende keren merkte ik een voordeel van zo'n prille woonwijk. De natuur is er nog niet aan gewend, en gedraagt zich alsof ze de alleenheerschappij nog heeft.
Eenden scharrelen over de middenberm, konijntjes op het gras om de kantoren, en op de parkeerplaats een pad. Even verderop nog een, en nog een, en nog een. De eerste pad had ik bijna onder mijn fiets. Ik stapte af en ontdekte de rest. Ze bewogen nauwelijks, alleen als je heel dicht bij kwam gingen ze verzitten.
Vlak bij een garagedeur zag ik waar het allemaal om draaide, een dikke pad had een kleinere pad op de rug. Nee geen galante heer, maar een stevige dame met een mannetje op haar rug. De paddentrek is iets dat de meeste mensen alleen maar kennen van de platgereden beesten op het asfalt.
Ik hoop dat de crisis de bouwlust een beetje tempert, zodat er nog veel ruimte overblijft voor de padden en andere originele bewoners. Als ze de tijd hebben om aan de mensen en hun bebouwing te wennen, kan dat er voor zorgen dat ook de komende generaties 's avonds kunnen inslapen met een mix van A2 geruis en paddengekwaak.