Mijn jongste buurvrouw is een plaatje. En behalve mooi om te zien heeft ze een karakter om te zoenen. Mijn vrouw weet van haar bestaan overigens, en deelt mijn mening. Vrijwel elke dag komt de lieve schat na schooltijd aanbellen met de vraag: “Mag ik de hond uitlaten.” Na tien minuten komt ze – meestal in gezelschap van twee of drie vriendinnen - mijn hond dan weer terugbrengen en nooit maar dan ook nooit zal ze vragen om de lolly die ik haar en haar vriendinnen dan als uitlaatbeloning geef.
Ze vraagt me er nooit om, maar me diepverlangend met open mond aankijken, dat kan ze als geen ander. Soms zijn de lolly’s op, maar gelukkig is ze ook niet vies van drop en waterijsjes. Behalve van die groene want die zijn niet lekker.
Ik liet mijn hond pas zelf uit en op de stoep kwam ze op volle snelheid op ons afrijden, op haar kinderfietsje met twee van die zijwieltjes tegen het omvallen. In een poging om mijn hond die enthousiast op haar afrende te ontwijken, weigerden die anti-omvalwieltjes hun werk naar behoren te doen en ze klapte recht op haar gezicht. Bloedende mond, losse voortandjes, en gillen, gillen van de pijn en de schrik.
Binnen een minuut zat ze naast me in de auto op weg naar de tandarts, want ik wist dat we dezelfde hadden. Tandarts Willeke had een patiënt even laten wachten en begon gelijk haar werk te doen. Na een kwartiertje in de wachtkamer met een aardige man en de Donald Duck bedacht ik ineens dat ik in de consternatie glad vergeten was om een parkeerkaartje te kopen. Ik was ruim te laat, er zat al een bon achter de ruitenwisser. Net voordat ik boos wilde worden bedacht ik dat zo’n parkeerwachter ook niet kan ruiken dat ik een spoedgevalletje bij de tandarts moest brengen. Daarna zag ik pas dat de deur van mijn auto wagenwijd openstond, ongetwijfeld als gevolg van gehaast en onoplettend dichtsmijten terwijl er helaas een klein stukje veiligheidsriem naar buiten hangt.
Er was niks uit de auto gehaald! Half blij wilde ik in de wachtkamer de Donald weer gaan lezen toen ik de parkeerwachter honderd meter verderop zijn arbeid zag verrichten. Hij begon het gesprek. “U had geen kaartje dus ik heb u een bekeuring moeten geven want er staat overal aangegeven dat parkeren hier geld kost.”
“Dat begrijp ik allemaal wel”, zei ik. “Maar wat ik nog niet helemaal begrijp is waarom u de deur van mijn auto die wagenwijd openstond niet gewoon even hebt dichtgedaan?”
“Ik dacht geloof ik dat u hem met opzet open had gelaten, om er een doos in te zetten of zo. En trouwens, wij zijn er niet om deuren dicht te doen.” Op dat moment werd ik toch nog vrij geïrriteerd. Ik zei met moeite niks en liep op verkrampte wijze rustig weg, want diep in mijn hart had ik hem graag met een Mohammed Ali-klap allebei zijn voortanden....
Tip: Als de browser toch een speler opent, kan met de rechtermuisknop boven de link gekozen worden voor 'Doel opslaan als...' waarmee het bestand op de computer kan worden opgeslagen.