De meningen zijn verdeeld over de vraag of de bevolking zich mag uitspreken over het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht. De Wet milieubeheer spreekt in het toepasselijke artikel 5.12 van "bestuursorganen" en niet van het college van burgemeester en wethouders, zoals in artikel 5.9. Als de wetgever had gevonden dat het hier om een specifieke bevoegdheid van het college gaat, dan zou dat ook in artikel 5.12 hebben gestaan. Minister Cramer schreef op 20 maart 2009 aan de Tweede Kamer dat de gemeenteraad "natuurlijk de mogelijkheid heeft om wijzigingen aan te brengen in het maatregelenpakket zoals opgenomen in het ALU". De discussie of het vaststellen en wijzigen van het ALU een bevoegdheid is van de gemeenteraad, daar kunnen we dus kort over zijn: ja.
De vraag die overblijft, is of de gemeenteraad een beslissing moet nemen over het ALU zonder de bevolking te raadplegen. Vast staat dat Utrecht in 2011 aan de norm voor fijnstof en in 2015 aan de norm voor stikstofdioxide moet voldoen. Dat hebben Nederland en de EU afgesproken en dat staat dus niet ter discussie. De vraag die je in een referendum kunt stellen, is dus: "Bent u van mening dat het ALU voldoende zekerheid biedt dat wij in 2011 resp. 2015 aan de norm voor fijnstof resp. NO2 zullen voldoen"? Die vraag is met een eenvoudig ja of nee te beantwoorden.
Bert van de Roest van de PvdA heeft al laten weten dat hij tegen een referendum is. Maar dat komt misschien doordat we het nog niet hadden gehad over de vraagstelling en hij wijst er terecht op dat alles afhangt van de vraagstelling. Overigens wijs ik op het verkiezingsprogramma 2006-2010 van de PvdA-Utrecht, dat veel verder gaat dan het ALU. Volgens de PvdA mogen er bijvoorbeeld geen nieuwe parkeergarages komen in de binnenstad en moet in de hele stad betaald parkeren worden ingevoerd. De PvdA zou het idee van een referendum dus moeten toejuichen en iedereen moeten oproepen om het als onvoldoende te beoordelen.
Advocatenkantoor Ploum, dat door de gemeenteraad om advies is gevraagd, vindt: "De aard van het ALU (een omvangrijk samenstel van projecten en maatregelen) verzet zich hier tegen." Waarom dat zo zou zijn, wordt niet duidelijk. Ploum schrijft: "De keuze 'wel of geen ALU' is te veel omvattend en kan dan ook niet worden voorgelegd. Specifieke onderdelen uit het ALU, moet weg X in variant 1 of 2 worden gerealiseerd, zijn mogelijk wel referendabel."
Uitgerekend het idee dat specifieke onderdelen wél referendabel zouden zijn, is echter onjuist. Het ALU is een samenhangend pakket en als de uitkomst van een referendum zou zijn dat weg X uit het pakket moet worden geschrapt, roept dat de vraag op wat daar de gevolgen van zijn voor wijken waarvoor de aanleg van weg X een verlichting zou kunnen betekenen. Omdát het ALU een samenhangend pakket is, is het niet mogelijk om onderdelen ervan aan een referendum te onderwerpen.
Waarom een besluit waarin tegelijk over een aantal samenhangende maatregelen wordt besloten niet referendabel zou zijn, wordt door Ploum helemaal niet uitgelegd. Wat de doorslag zou moeten geven, is of je een vraagstelling kunt formuleren waar met een eenvoudig ja of nee op valt te antwoorden. "Bent u van mening dat het ALU voldoende zekerheid biedt dat wij in 2011 resp. 2015 aan de norm voor fijnstof resp. NO2 zullen voldoen?" is zo'n vraag.
Wat gebeurt er nu wanneer de uitkomst van het referendum zou zijn dat het ALU onvoldoende wordt gevonden? Dan moet het worden verbeterd (en vooral transparant worden doorgerekend!) en via een standaard meldingsprocedure worden aangemeld bij VROM. En als VROM beslist dat daarmee de normen in 2011 en 2015 worden gerealiseerd, wordt het zonder meer in het NSL opgenomen. En zolang er geen nieuw ALU is, blijft het oude ALU onderdeel van het NSL. Erg ingewikkeld is dat dus niet.
Conclusie: het valt niet in te zien waarom de bevolking zich niet zou mogen uitspreken over de vraag: "Bent u van mening dat het ALU voldoende zekerheid biedt dat wij in 2011 resp. 2015 aan de norm voor fijnstof resp. NO2 zullen voldoen?" Of gewoon “Vindt u dat de gemeenteraad het ALU moet vaststellen?”
Kees van Oosten