‘Hods wil’
Column
Gepubliceerd: 2009-09-29
door: Rene Verhulst
In de film De Storm, over de watersnoodramp in 1953, worden de Zeeuwen natuurlijk weggezet als een godsvruchtig volkje. Zeker wanneer een van de personen, een boer die zijn hele boerderij verzwolgen ziet, gecondoleerd wordt met het verlies van zijn vrouw en dochter en reageert met dat het ‘Gods wil’ is. Dat wordt dan geïnterpreteerd als zijnde een straf van God, die een nieuwe zondvloed deed ontstaan. Of iets rekkelijker, Job die alles verloor en op de puinhopen van zijn bestaan bleef geloven en vertrouwen.
Naast evidente fouten in de film met klederdrachten van verkeerde eilanden, het halve Vlaamse accent van de meeste acteurs en het veel te snel komende water, had mijn moeder, die 18 was tijdens de ramp en eten bracht naar de mannen die de dijk bij Goes met zandzakken verstevigden (en die hield het), nog een paar waarnemingen. Het woei volgens haar harder dan in de film en het was veel kouder. Je waadde bij 1 graad boven 0 niet even op borsthoogte door het water van misschien 10 graden. En hoewel men in de film z’n best deed om de drijvende rotzooi en kadavers te laten zien viel dat volgens mijn moeder in het niets bij de werkelijkheid. Duizenden beesten zijn verdronken en dreven dagen rond op eb en vloed door de polders. Wat dan wel weer klopte was de gereformeerde pensionhouder, die in zijn opschrijfboekje bijhield wat de evacués bij hem aan koffie en soep nuttigden. Want hij moest er toch niet slechter van worden.
Terug naar ‘Gods wil’, aangezien de Bijbel geen scheikundeboek is durf ik toch wel te zeggen dat de zondvloed niet door een druk op de knop is veroorzaakt. En waarom ging het dan om ‘Gods wil.’ Niet als straf werd dat beleefd, maar in de hoop en het vertrouwen dat vrouw en dochter in de hemel waren. En had de boer tenminste nog ‘Hods wil’, laten zeggen, want dat is het juiste dialect.
Stuur dit bericht door!
|