
Klik hier voor een vergrotingDe wegwijzers in een nieuw stadsdeel laten nogal eens te wensen over, en op een plattegrond staat ook niet alles. Gelukkig is er 's nachts nog wel eens een voorbijganger, al zijn het er niet veel.
Ik sprak de man aan tussen kantoren en andere industriële panden, waar hij zijn hond uit liet. Na een beleefde introductie van mezelf, en zijn reactie op mijn werk, vroeg ik me af hoe het nou is om in zo'n nieuwe buitenwijk te wonen. Uit het propaganda materiaal van de Leidsche Rijn en het UN/AD was ik vooral enthousiaste verhalen gewend. Van de man met hond had ik ook een enthousiast verhaal verwacht over ruimte, bereikbaarheid en comfort.
Van enthousiasme was geen sprake, ook geen klaagzang over de kaalheid en zielloosheid van het nieuwe stadsdeel. Nee, in een zinnetje vertelde hij, dat het hem niet uit maakte waar hij woonde. Op dit moment van zijn leven moest hij alleen een plek hebben waar hij na zijn werk weer kon uitrusten, om de volgende dag weer naar zijn werk te gaan, iets eten en de hond uitlaten en verder de wereld bijhouden via de tv, of de krant.
Het waren niet de woorden van zijn ontwijkende antwoord, maar de toon waarop hij het zei, die mij het idee gaven van een triest bestaan. "Mijn woonsituatie is afgelopen jaar nogal veranderd." was het enige dat hij kwijt wilde over het wonen in Leidsche Rijn. In een flits zag ik zijn oude woonsituatie. Hij was getrouwd en had twee opgroeiende kinderen, waarschijnlijk meisjes, allebei al (bijna) klaar met de middelbare school. Een levendig gezin, met veel gezelligheid en drukte. Iets waar de man zich toen regelmatig aan ergerde. Nu is het juist datgene dat hij mist. Hij leek mij niet de man van grote woorden, of een heftige strijd, meer een binnenvetter. Waarom kon niemand zijn recht op rust erkennen? Hij heeft zo lang gewacht om te beseffen hoe geweldig hij het had, dat hij verzuurde door die paar momenten die hem uit zijn humeur brachten.
Nu is de rust alles wat hij nog heeft en mist hij het rumoer van zijn ruziënde dochters, als hij alleen in zijn flatje zit. Wanneer hij nu 's nachts mensen in zijn flat hoort thuiskomen kijkt hij nog op zijn horloge en denkt aan zijn meiden. Was het maar zijn voordeur die zometeen zo zachtjes mogelijk open gedaan werd.