Sijpesteijn
Column
Gepubliceerd: 2009-09-16
door: Wouter de Heus
We kwamen er met de bus nog langs afgelopen vrijdag tijdens de Tour d’Amour voor mijn 50 jaar gehuwde ouders: langs de Van Sijpesteijnkade in Utrecht. Even daarvoor hadden we ze met vijf kinderen, vijf partners en elf kleinkinderen opgehaald in Vleuten voor een rondrit langs belangrijke plekken uit hun lange huwelijksjaren. Van Vleuten naar De Meern, naar het straatje waar wij tot eind 1971 woonden.
De huidige bewoners waren zo aardig ons een rondleiding te geven in het oude huis met zoveel herinneringen. De lieve buurvrouw van vroeger woonde er nog. Daarna naar Kanaleneiland waar mijn ouders in 1959 een flatje betrokken. Een vriendelijke Turkse vrouw deelde snoepjes uit aan de kleinkinderen. Het flatje op de bovenste verdieping konden we niet in, maar hoewel het gebouw grondig was gerenoveerd, de trappenhuizen en portieken waren identiek, okay het goederenliftje was verdwenen.
Mijn moeder speelde voor waar haar vader zich vroeger altijd even verstopte als hij op bezoek kwam om dan te voorschijn te springen met een bos bloemen. Ze had dat nooit verteld, maar zoiets schiet kennelijk meteen omhoog als je weer terug bent en alles nog hetzelfde is. Haar vader is al 48 jaar dood maar de herinnering riep direct emotie op. De mooiste tijd, zo vond ze. Kanaleneiland was een zandbak, niemand had iets en je deelde daarom alles met elkaar. Via het oude bedrijf van mijn vader aan de Kanaalweg (alleen de bruggetjes waren nog aanwezig, het bedrijf moest wijken voor een afschuwelijke parkeerplaats van de Jaarbeurs) ging het richting stadhuis. De allerliefste werknemer van Utrecht had de trouwzaal een half uurtje geblokkeerd en wachtte ons op met bloemen en een mooi verhaal.
Uiteraard koffie bij De Zaak en daarna een gezellige lunchrondvaart met een stop bij het ouderlijk huis van mijn moeder aan de Van Asch van Wijckskade. Haar meisjeskamer was inmiddels ingericht als bergruimte en toiletruimte, maar de trouwfoto bij die herkenbare voordeur kon een halve eeuw later worden overgedaan. Alsof de tijd had stilgestaan.
Het is mooi als herkenbare plekken af en toe blijven bestaan in een stad die constant in beweging is. Ik merk het zelf aan mijn huidige stekje in Leidsche Rijn. Dat doorkliefde ik als jongen op de fiets van Vleuten naar school in de stad. Over boerenweggetjes langs landerijen om vanuit het niets het drukke leven aan de andere kant van het kanaal te ontmoeten. Her en der zijn nog herkenningspunten. Een boerderij, nu midden tussen woningen. Een stukje haag dat mocht blijven, waarachter onze paarden liepen. Veel is het niet. Net zoals het verschrikkelijke Westplein de prachtige lijn vanaf Oog in Al tot op het Vredenburg vernietigde.
De ‘groene’ partijen willen graag de laatste woningen aan de Van Sijpesteijnkade sparen. Ik snap dat wel. Het stadsbestuur snapt dat niet. Het argument: de zooi moet direct plat want op die plek komen straks kantoren en kan nu mooi gebruikt worden als fietsenstalling en voor bouwketen. Briljantere onzin is niet te bedenken om de ‘groenen’ voor joker te zetten: hoe kunnen zij tegen fietsenrekken zijn. Kleinheid ten top.
Stuur dit bericht door!
|