woensdag 21 augustus 2019
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




Die jongeman was ik
Column
Gepubliceerd: 2010-04-07
door: Quentin van Dinteren








Voor mij liggen drie foto’s. Op één ervan staat een trotse jongeman in een net pak. Zijn rug gestrekt, hoort hij toe hoe een geleerd man prijzende woorden over hem zegt voor een aanzienlijk publiek. De jongeman heeft een glimlach op zijn gezicht en een veelbelovende uitstraling. Hij staat aan de wieg van zijn carrière. Die jongeman ben ik en de foto is in zwart-wit, vanwege de printer, maar ik herinner mij de kleuren.

Op een andere foto staat een streng kijkende man met zijn gezin. Hij draagt een net kostuum en straalt uit dat hij over de loop der jaren gewend is geraakt aan het in de rondte sturen van arbeiders. Hij heeft aardig zijn best gedaan: een zestal kinderen omringt hem (eentje is weg om de foto te nemen), sommigen in kostuum, anderen in uniform en dan weer één in zondagskledij.

De laatste foto is dezelfde man, maar dan jaren later. Hij staat – samen met een andere man – ergens naar te kijken en is inmiddels gekrompen en gebogen. Hij heeft een lach op zijn gezicht en draagt een pet die aan Pietje Bell doet denken. Hij ziet eruit als een man die gewend is geraakt aan het vriendelijk spreken tegen zijn arbeiders, die hen een extra dagje vrijgeeft met de Kerst.

De laatste twee foto’s zijn ook zwart-wit, maar zij komen uit een tijd dat ik het juist mooi vindt om er geen kleur bij te hebben. De man die op die foto’s staat heeft statistisch gezien met zijn genen één achtste van mijn genenpoel gevormd. En als ik zo vrij mag zijn: het zijn uitstekende genen, ik ben er erg blij mee, hoewel ze soms wel een beetje kunnen zeuren.

Wanneer ik memorabilia van generaties naast elkaar zie liggen, al dan niet door puur toeval, kan ik het niet helpen even stil te staan bij hoe snel alles gaat. Ik ben eigenlijk de grip op het passeren van de dagen geheel verloren. En ik zeg verloren, omdat ik mij een tijd herinner dat alles statisch leek, dat het passeren van de dagen geen consequenties had en dat de status quo eeuwigdurend was. Ik snapte toen hoe lang een dag was.

Toen was ik nog heel jong, hoewel ik dat in de ogen van sommigen nog steeds ben. Ik stond toen op, ging naar school – soms lang, soms kort – en speelde in de middag. Soms was ik vrij. Een dag was van opstaan tot slapengaan en de volgende was niet anders.

Nu is een dag 24 uur. En de uren dienen zorgvuldig besteed te worden. En vanuit mijn ooghoek kijk ik gedurende de dag naar een klokje en zie dat er tijd tussen mijn vingers doorglipt. Alles loopt altijd uit en 24 uren kun je maar 24 maal uitgeven. Dan krijg je 24 nieuwe en heb je geen grip meer op de dag die je inmiddels genoodzaakt bent ‘gisteren’ te noemen.

Voor je het weet, sta je met een Pietje Bell-pet ergens naar te kijken. Lach je vriendelijk en ben je gekrompen en gebogen. Het lichaam geradbraakt, de geest hopelijk fitter dan ooit. Wie weet kom ik dan nog wel eens de eerstgenoemde foto tegen, in het plastic hoesje waarin hij is gestopt. De foto is dan nog steeds in zwart-wit, maar ik herinner mij de kleuren.

Quentin van Dinteren


Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht