
Klik hier voor een vergrotingManhattan aan de Vecht, alsof we dat nodig hebben om een metropool te worden. Steeds zijn er weer plannen die Utrecht moet laten opgaan in de vaart der volkeren. Soms worden zaken ook weer teruggedraaid. Zo komt er weer water in de singel en afgelopen week las ik dat de eigenaar van Hoog Catharijne weer gewone kleine winkels met een eigen karakter in zijn winkelcentrum wil hebben. Iets wat ze voor de sloop van het oude stationsgebied hadden moeten bedenken. Dan was er nu een heel gezellige stationsbuurt geweest.
Zo'n zee van lampjes is ook wel een boeiend onderwerp om te fotograferen, zoals ook in het echte Manhattan steeds weer nieuwe generaties fotografen de enorme gebouwen proberen vast te leggen. Tegenwoordig staat de mens centraal in de fotografie van Manhattan. Tijdens de bouw van de wolkenkrabbers komen de foto's van de bouwers op honderden meters hoogte aan het werk. Ook in slapstick komt het vaak naar voren.
Met het Strijkijzer-gebouw en het Empire State Building als koploper komen daarna de foto's die de grootte en grootsheid van de gebouwen laten zien. Voor de mensen in die periode was het de fascinatie van het contrast. De grote zielloze gebouwen, die vol zitten met honderden mensen, met ieder hun eigen persoonlijkheid.
Bij deze foto trekt mijn blik langs de ramen. Als ik er tegenover, achter een ander raam zou werken, zou ik constant naar de overkant kijken. Nu zoek ik herkenbare elementen. Niets is herkenbaar, alleen bovenaan in de rechter bovenhoek van het gebouw lijkt een gestalte te staan. Die is te hoekig om een echt mens te zijn, maar het lijkt iemand in een colbert. Hij of zij staat te lezen met licht gebogen knieën en een driehoekig gebogen hoofd. Het formaat klopt ook helemaal niet, volgens mij. Ik geloof dat de 'persoon' ongeveer twee en halve meter lang is.
Het is vooral de houding van de schaduw die mij er een mens in laat zien. Alle andere ramen laten alleen lichten en onherkenbaar kantoormeubilair zien. Ik kan me niet herinneren dat ik tijdens het fotograferen iemand heb zien staan. Pas nadat ik de foto had afgedrukt, zag ik de gestalte. Vanaf dat moment is het onmogelijk om de persoon er niet in te zien. Alsof mijn blik getrokken wordt naar het enige (schijn)menselijke dat er in die zielloze zee van lampjes te zien is.
Frans de Jonge