Openheid in Utrecht: het blijft tobben
Analyse
Gepubliceerd: 2010-12-15
door: Wouter de Heus
Vond u het ook zo verdacht stil in politiek Utrecht nadat er rond burgemeester Wolfsen wederom ophef en negatieve publiciteit was ontstaan naar aanleiding van een groot artikel in Dagblad De Pers, begin deze maand? Ik wel. Keiharde kritiek uit eigen kring van de kamerleden Marcouch en Spekman. Vooral van die laatste is dat opmerkelijk. Spekman, mister PvdA in Utrecht, stond zelf aan de wieg van de komst van Wolfsen naar de Domstad. Hij had een aanvaring met Pans gehad en blokkeerde diens burgemeesterschap persoonlijk door Wolfsen naar voren te schuiven en openlijk campagne voor hem te voeren. Nu hij zich halfweg de eerste periode van Wolfsen zo kritisch uitlaat is dat een teken aan de wand en een serieus te nemen signaal. Ik schat zo in dat Spekman ambities koestert in zijn stad. En slechter hoeven we daar niet van te worden. Dat de fractievoorzitters van de coalitiepartijen GroenLinks en D66 in het artikel openlijk twijfelen aan de juistheid van de informatie die de burgemeester aan de raad verstrekt maakt het beeld er niet beter op.
Maar weer terug naar die stilte. Alleen raadsnestor en voorman van Leefbaar Utrecht, Vincent Oldenborg, schreef een kort stukje op de website van de Stadspartij over een van de aspecten uit het krantenartikel: wederom belde een communicatiemedewerker van de burgemeester om de journalist heen met haar hoofdredacteur toen ze op het stadhuis in de smiezen kregen dat het artikel niet al te florissant zou worden. De burgemeester was daarvan niet op de hoogte gebracht. Ik geloof dat direct. Maar maakt het de kwestie daarom onbeduidender? Ik zou zeggen van niet. Het geeft mij aan dat het binnen de Utrechtse juichmachine van de afdeling communicatie (wat is er mis met het woord ‘voorlichting’) nog dramatischer is dan wij al wisten. Ze vinden het daar heel normaal om journalisten te passeren om onwelgevallige artikelen te voorkomen. Een totaal gemankeerde taakopvatting. Zeker als je weet dat zoiets vorig jaar Wolfsen bijna de kop heeft gekost toen hij dat zelf deed en liet doen bij Ons Utrecht en AD/Utrechts Nieuwsblad. Nu ging het om een artikel op de helft van Wolfsens ambtstermijn, toen in eerste instantie over een artikel ‘Wolfsen na een jaar Domstad’. Wolfsen kon alleen aanblijven nadat hij diep door het stof ging en plechtig beloofde zich nooit meer te bedienen van zulke praktijken. Hij ging door het stof maar zijn mensen hebben kennelijk niks geleerd. Een wrange constatering.
Nu het nieuwe college van GroenLinks, PvdA en D66 een zuiver communicerende stad als speerpunt van beleid heeft gemaakt is het des te opmerkelijker dat er geen gevolg is gegeven aan de actie ‘hoofdredacteurtje bellen’ bij De Pers. Raadsvragen, een debat, het had voor de hand gelegen maar het bleef oorverdovend stil.
Maar schijn bedriegt. Het is helemaal niet stil gebleven. Alleen is er over wat er achter de dikke deuren van het stadhuis aan de Oudegracht heeft plaatsgevonden niets naar buiten gebracht. Wat dat betreft is het spreekwoord ‘horen, zien en zwijgen’ nog steeds dagelijkse praktijk in de Utrechtse politiek, het collegewerkprogramma ten spijt.
Bij DNU hebben wij onze oren goed te luisteren gelegd en dat leerde dat de fractievoorzitters uit de Utrechtse gemeenteraad maandagavond een pittig gesprek hebben gehad met burgemeester Wolfsen over diens functioneren. Het presidium van de raad stelde vorige week vast dat ‘een stevig gesprek’ nodig was naar aanleiding van het artikel in De Pers. Door droeve privé-omstandigheden van Wolfsen vond het gesprek pas deze maandag plaats.
Een aantal fractievoorzitters meent dat Utrecht ernstige imagoschade oploopt door onhandig opereren van de burgemeester en zijn communicatieteam. Het stuk in De Pers was de druppel. Een dag of wat na publicatie is een aantal fractievoorzitters van zowel oppositie als coalitie bij elkaar gekropen om hun positie te bepalen. Daar werd wel degelijk gesproken over de vraag of de raad een spoeddebat moest houden over wederom een blunder in de contacten tussen stadsbestuur en media. De uitkomst was dat een indringend gesprek meer soelaas zou bieden. Uiteindelijk onderschreven alle fractievoorzitters het belang van dat gesprek. Zelfs de eigen fractievoorzitter van de PvdA, Gilbert Isabella. Hij kon ook weinig anders, nu de hele raad dat gesprek wenste en hij zal allang blij zijn geweest dat een openlijk debat in de raad daarmee van tafel was.
Tijdens het ‘pittige gesprek’ is vastgesteld dat het Wolfsen na drie jaar aan het roer in de Domstad nog steeds niet lukt om ‘open’ en ‘eerlijk’ te communiceren met pers en inwoners. De raad is het zat dat Utrecht continu negatief in het nieuws komt juist omdat op tal van onderwerpen een veel te rooskleurig beeld wordt geschapen en dat niet alleen op de beleidsterreinen van de burgemeester.
Wolfsen beloofde eerder om actie te ondernemen om de communicatie tussen stadsbestuur en media te verbeteren. Dat lag op zijn pad omdat hij die relatie niet alleen van een forse deuk had voorzien maar ook portefeuillehouder was over die grote gemeentelijke afdeling. Dat mislukte jammerlijk na zeer onhandige mediaoptredens in de zomer van 2009. Inmiddels is wethouder Kreijkamp (D66) verantwoordelijk voor een beter communicatiebeleid.
Wat Wolfsen de fractievoorzitters maandagavond heeft beloofd is onbekend. Ik heb hem daar niet naar gevraagd en de fractievoorzitters ook niet. De meeste partijen houden hun kaken toch stijf op elkaar. Want hoewel openheid het devies is, binnen de politiek kent openheid een strikt plafond. Denk dan niet aan de stijlvolle opkamer van een herenhuis maar eerder aan een bedompt souterrain waar je gebukt moet lopen. Het eenvoudige feit dat zelfs de nieuwe raad pittige kritiek op eerste burger Wolfsen aan de openbaarheid onttrok is wat mij betreft een veeg teken. De politiek zou voorop moeten gaan om de gesloten oester die Utrecht is open te breken. Als de politiek dat niet doet zullen de vastgeroeste machinaties binnen de ambtelijke diensten blijven zoals ze waren. Niets zeggen, zand erover, wat niet weet wat niet deert. De stad is in Utrecht nog steeds niet van de burger, maar de burger is van de stad. Het blijft helaas nog even tobben.
Wouter de Heus
Stuur dit bericht door!
|