Op 10 mei 2009 gaf Heinz Schiller, directeur van Doenja, in de Volkskrant als zijn mening: "Neem Kanaleneiland, waar de afgelopen jaren honderden projecten hebben gedraaid. Ik zie geen verschil met hoe de wijk vijf jaar geleden was." Wat voor Kanaleneiland geldt, geldt waarschijnlijk ook voor wijken als Overvecht, Hoograven, Zuilen en Ondiep.
Het wetenschappelijk bureau van GroenLinks publiceerde op 30 maart 2009 een rapport over de wijkaanpak met de titel 'Banen of barbecues?' In deze case study wordt de wijkaanpak in Kanaleneiland onder de loep genomen. De vraag is wat er terechtkomt van het kracht- of prachtwijkenbeleid dat door Vogelaar in gang is gezet. Het wijkactieplan 'Kanaleneiland leert' (2007) omvat 96 projecten, waarvoor een budget nodig zou zijn van 58 miljoen euro. Daarvan werd 10 miljoen toegekend, aldus het GroenLinks rapport. Met het 'Versnellingsplan Kanaleneiland" legde de gemeente daar nog eens 5 miljoen bij. In totaal zou het dus gaan om 15 miljoen euro. De welzijnsstichting Doenja ontvangt daarnaast 9,6 miljoen euro gemeentelijke subsidie (jaarverslag 2008). Doenja werkt in Leidsche Rijn (21.683 inw) en Zuidwest (34.527 inw). Aangenomen dat de subsidie verdeeld wordt naar rato van het aantal inwoners, komt er via Doenja dus nog eens 5,9 miljoen euro in Zuidwest terecht (Zuidwest omvat Kanaleneiland, Transwijk, Rivierenwijk en Schilderswijk). Wat dragen nu al die miljoenen bij aan de leefbaarheid van de krachtwijk Kanaleneiland?
Heinz Schiller is daar uitgesproken negatief over: "Het is dweilen met de kraan open". "Alle initiatieven van de afgelopen jaren, sociale vernieuwing, Grote Steden beleid, noem maar op, hebben aantoonbaar geen verandering gebracht in de achterstandpositie van de meeste burgers van deze wijken." En over het welzijnswerk: "Heel veel van wat we doen is niet onderbouwd."
In 'Banen of barbecues?' wordt het échec van de wijkaanpak verklaard uit drie onjuiste aannames. "De belangrijkse aannames van het Vogelaarbeleid zijn (1) dat de problemen in de wijken samenhangen met het gebrek aan sociale cohesie in de wijk, (2) dat de problemen in de wijk samenhangen met de concentratie van kansarmen en (3) dat de problemen in de wijken het best kunnen worden aangepakt op het niveau van de wijk."
ad (1) Wat het gebrek aan sociale cohesie betreft, betogen de onderzoekers van GroenLinks dat die niet de oorzaak maar het gevolg is van individuele achterstand. Met andere woorden: hef de individuele achterstand op door beter onderwijs en hogere arbeidsparticipatie en de sociale cohesie (betrokkenheid bij de de wijk) komt vanzelf. Investeren in sociale cohesie (ontmoeting, betrokkenheid, straatbarbecues) in de hoop dat die daardoor toeneemt of dat mensen daardoor hun positie verbeteren, is weggegooid geld.
ad (2) Wat de concentratie van kansarmen betreft, voeren de onderzoekers aan dat het spreiden van kansarmen (door het aandeel sociale huurwoningen in wijken als Kanaleneiland terug te dringen) geen verbetering brengt in hun positie. Het leidt dus tot het verplaatsen van individuele problemen naar andere wijken, zoals Leidsche Rijn. Je dringt het aandeel sociale huurwoningen in de ene wijk terug, waardoor de problemen de kop opsteken in de andere wijk (waterbedeffect). Ook hier geldt dus: pak gewoon de problemen van de kansarmen aan. Je moet, zo is het betoog van GroenLinks, achterstand opheffen in plaats van haar te spreiden.
ad (3) Wat de derde aanname betreft, wijzen de onderzoekers erop dat de veronderstelling dat "met veranderingen in de fysieke structuur van de wijk, zoals de herstructurering van het woningaanbod, de sociale structuur van de wijk kan worden versterkt (...) wordt niet door onderzoek onderbouwd". Ze verwijzen naar het onderzoek van Wittebrood en Veldheer: "De invloed van herstructurering op de leefbaarheid en veiligheid in een buurt is beperkt en lijkt een geringe positieve bijdrage te leveren aan de afname van criminaliteit en verloedering."
De conclusie dat de invloed van herstructurering op de leefbaarheid en veiligheid beperkt is, lijkt mij een eufemisme. Als je alle probleemgevallen uit een buurt weghaalt, dan zal die buurt er wel op vooruitgaan. Echter, je verplaatst daarmee niet alleen de problemen, je maakt ze bovendien erger! Het ideaal van de gemengde wijk brengt met zich mee dat bewoners buren opgedrongen krijgen die zij niet willen en dat is een bron van burenruzies. Veel bewoners in Leidsche Rijn of in Transwijk willen geen Marokkaanse lieverdjes uit Kanaleneiland als buren. Mensen wonen het liefst samen met mensen met een vergelijkbare leefstijl.
De wijkaanpak gaat ervan uit dat 'de wijk' belangrijk is voor mensen. Dat is echter steeds minder het geval. Mensen werken doorgaans buiten de wijk waar ze wonen, ze gaan meestal buiten de wijk op school (vmbo, havo, vwo) en ze zoeken heel vaak hun vertier en hun sociale contacten buiten de wijk. Pogingen om mensen bij hun wijk te betrekken, zijn achterhaald en slaan om die reden dus ook niet aan. De oplossing van individuele problemen (achterstand) moet je dus ook niet in de wijk, of in de herstructurering van de wijk zoeken, aldus het rapport van GroenLinks.
De conclusie van het GroenLinks-rapport is: zorg dat bewoners in achterstandsituaties goed en op maat gesneden onderwijs krijgen en zorg dat ze daar dan ook werk mee krijgen. Dát is de manier om achterstand te bestrijden. En als het de mensen goed gaat, dan komen de sociale cohesie en de leefbaarheid vanzelf. Met andere woorden: investeer niet in barbecues en sociale cohesie, maar in beter onderwijs en meer banen.
Kees van Oosten