We zijn gewend te denken dat het de jonge generatie is waar verandering en hervorming vandaan moeten komen. Bejaarden en berusting hoorden immers altijd bij elkaar. Dat zou echter wel eens helemaal anders kunnen worden. Alles wijst er namelijk op dat het juist de bejaarden zijn die in de toekomst de straat op gaan, het stadhuis bezetten en de barricades beklimmen.
Ik werd op dat idee gebracht doordat de meeste actievoerders die ik de afgelopen jaren heb leren kennen rond of boven de zestig zijn. Bij Rood van de SP tref je (gelukkig) nog opstandige jeugdige actievoerders aan, maar dan heb je het wel gehad. Studenten, daar hoef je tegenwoordig echt niet meer op te rekenen, die sprokkelen studiepunten bij elkaar en zijn met hun carrière bezig.
Dat een gebrek aan engagement tegenwoordig bij de jeugd hoort en hervormingsdrang bij de ouden van dagen is niet zo vreemd als op het eerste gezicht lijkt. Vergeleken met de jaren '60 is de wereld ontzettend competitief geworden. Wie in de 60-er jaren van school kwam of afstudeerde, had de banen voor het oprapen. Tegenwoordig mag je aansluiten bij een lange rij werkzoekenden. Werk zoeken en werk houden vraagt in deze competitieve wereld zo veel inzet en energie dat er weinig tijd overschiet voor actie. En je moet je tegenwoordig gedeisd houden, want je staat zo op straat. Dat wij door voortschrijdende techniek en informatisering het rijk der vrijheid zouden binnengaan, zoals door futurologen in de vorige eeuw werd voorspeld, blijkt een ernstige vergissing te zijn.
Bejaarden hebben het makkelijker. De bejaarden van nu zijn een stuk beter opgeleid dan de bejaarden van toen. Dankzij verbeterde arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen zijn bejaarden van nu gemiddeld genomen bovendien vitaler dan ooit. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd beginnen ze daarom aan hun tweede leven en gaan ze er nog eens lekker tegenaan. Om een actiegroep bij elkaar te krijgen, hoef je maar affiches op te hangen in bejaardentehuizen of te adverteren in het ANBO-magazine. Belangstelling genoeg.
De generatie die nu bejaard wordt, en dat is een belangrijk verschil met de jonge generatie, herinnert zich het idealisme van de 70-er jaren, de hartverwarmende discussies over een betere wereld zonder geweld, uitbuiting en roofbouw op de natuur, over een economie die ondergeschikt zou moeten zijn aan het welzijn. En ze heeft ook meegemaakt hoe dat idealisme is verdrongen door de opkomst van een nieuwe klasse van baantjesjagers en van een omvangrijke overheidsbureaucratie. Dié generatie, vitaal en goed opgeleid, staat op het punt met pensioen te gaan en weer vrij voor de eigen mening te kunnen uitkomen. En reken maar dat die dan de barricades opgaat.
Kees van Oosten