Hannah Arendt noemde in haar studie over de totalitaire staat (1951) de bureaucratie een niemandsbewind. Wat ze daarmee bedoelt, is dat de bureaucratie zo is georganiseerd dat je niemand persoonlijk verantwoordelijk kunt stellen voor het wanbeleid en de wandaden van de bureaucratie. Tussen de ambtenaar die de beslissing neemt en de burger die daardoor in de knel raakt, zitten zoveel schakels dat iedereen kan denken dat hij er niets kan doen. In de moderne bureaucratie is nog veel sterker sprake van niemandsbewind. De macht wordt anoniem uitgeoefend en iedereen kan de schuld geven aan 'het systeem'.
Het is een tijdje in de mode geweest dat een bestuurder riep: “Daar mag u mij op afrekenen”, maar in de praktijk wordt een bestuurder nooit ergens op afgerekend. De gevolgen van zijn beleid zijn óf niet tastbaar óf pas tastbaar als hij al lang een andere baan heeft en iedereen hem vergeten is.
Neem de overbewinkeling die in het Stationsgebied ontstaat door de verdubbeling van Hoog Catharijne. De verantwoordelijke wethouder is Harm Janssen. Als over een aantal jaren de uitbreiding met 45.000 m2 voltooid is en winkeliers in de binnenstad de een na de ander hun winkel gesloten hebben en op de bijstand zijn aangewezen, is hij gedeputeerde of minister en is iedereen vergeten dat Janssen dat op zijn geweten heeft. Hetzelfde geldt voor de huidige raadsleden, die het niet de moeite waard vinden om zich in de kwestie van de overbewinkeling te verdiepen.
De vraag is trouwens of je er wat mee opschiet een wethouder of een burgemeester ergens op af te rekenen. Als je de ene wethouder door een andere vervangt, verandert er niets. De luchtverontreiniging wordt onder wethouder Ingrid de Bondt op precies dezelfde manier berekend als onder Tymon de Weger, die het veld moest ruimen. Het maken van die berekeningen is specialistenwerk waar een wethouder geen verstand van heeft. Of daar creatief bij gerekend wordt, kan de wethouder niet beoordelen. En hetzelfde geldt voor de gemeenteraad. Een raadslid als Michel Eggermont van de SP, die dat wél doet en dat heel goed kan, is heel uitzonderlijk.
De verantwoordelijkheid van de wethouder, de burgemeester of de gemeenteraad is een staatsrechtelijke fictie. Ze weten niets van de vele beslissingen die er dagelijks in de ambtelijke bureaucratie genomen worden, van het beleid dat daar ontwikkeld wordt en de afspraken die er informeel tussen invloedrijke ambtenaren en belangrijke zakenlieden worden gemaakt. Onze bestuurders zijn niet meer dan veredelde woordvoerders. Ze mogen het beleid aan de man brengen, maar op dat beleid hebben ze helemaal geen invloed. Dat wordt door ambtenaren en externe adviseurs gemaakt, in samenspraak met projectontwikkelaars, de Jaarbeurs en Hoog Catharijne.
Van daadwerkelijke verantwoordelijkheid is sprake bij een functionaris die het echt in zijn macht heeft een ander besluit te nemen of een andere berekening te maken. Dan kom je bij leidinggevende functionarissen uit en bij invloedrijke ambtelijke experts. Projectontwikkelaars en commerciële onderzoeksbureaus die opdrachten in de wacht willen slepen, weten dat heel goed. Die zorgen er dan ook voor dat ze die invloedrijke functionarissen in hun netwerk hebben.
Als je invloedrijke ambtenaren echter rechtstreeks aanspreekt op de door hen opgestelde beleidsnota' s en berekeningen, is Leiden in last. Dan krijg je te horen dat zij slechts in opdracht van de wethouder handelen, dat ze zich niet verdedigen kunnen en dat je hen er dus niet op mag aanspreken. Ze worden zorgvuldig afgeschermd. Het gerechtshof vond dat de luchtcoördinator en de experts die de berekeningen van de luchtverontreiniging maken niet primair verantwoordelijk zijn voor hun eigen berekeningen. De vraag is: wie dan wèl. Alsof de wethouder die sommetjes hoogstpersoonlijk zelf maakt en alsof de gemeenteraad die sommetjes controleert.
Kortom: niemand is verantwoordelijk en dus gaat de ambtelijke bureaucratie zijn eigen gang. Er wordt geblunderd, er wordt geld over de balk gegooid, er worden burgers onbehoorlijk behandeld en tot wanhoop gedreven, maar niemand heeft het gedaan. De ambtenaar handelde zogenaamd in opdracht en de wethouder en de gemeenteraad weten van niets.
Kees van Oosten