
Klik hier voor een vergrotingIk ben geboren op het platte land, op zwarte veengrond. Ik ken alle vormen van die grondsoort. 's Zomers droog, stuivend zand, zodat je zwarte randen rond je neusgaten krijgt, als je buiten speelt. Later als scholier bij het vakantiewerk bij de boer, heb ik eens een hele dag boven op een aardappelrooimachine gestaan. Het is net in een droge periode, dus ook nu heb ik zwarte ringen rond m'n neusgaten. Na de eerste keer douchen is de handdoek zo zwart, dat m'n moeder me nog een keer onder de douche stuurt.
's Winters, als het hard vriest, bevriest de grond in de vorm waarin het is achtergelaten. De voren op de omgeploegde landbouwgrond, waar ik de vorige dag nog in wegzakte, zijn nu een gevaarlijkere ondergrond, met mijn voetafdrukken hard bevroren. Ik herinner hoe ik de scherpe randen door de dunne zool van mijn rubber laarzen, maat 25, voel prikken in mijn voetzolen.
De plassen tussen de bevroren voren zijn bedekt met een laagje ijs. Het langzaam wegzakkende water vormt sierlijke vormen onder het ijs. Bij het oversteken van zo'n stuk bouwland, is het moeilijk kiezen waar ik m'n voet moet neerzetten. Op de scherpe voor, of toch proberen op het ijs, in de hoop dat het dik genoeg is.
De grond is op z'n mooist als die vochtig is, en net is omgeploegd. De opengereten aarde perst door z'n eigen gewicht het zweet uit de blootliggende delen. De openliggende aarde houdt een belofte in. Nu is het nog zwart en kaal, maar kom over een half jaar terug en je herkent het niet meer. Dan is het zaaigoed uitgekomen, of het onkruid woekert in manshoge bossen.
Het verschil met de opengereten aarde ten westen van Utrecht, is de belofte die er in schuilt. Hier komt geen oogst meer op. Hier ontstaat misschien nog een keer een bloeiend veld met wilde bloemen en ander onkruid, als de bouw nog een jaar vertraagt. Daarna komen de graafmachines en andere apparaten, en langzaam zal de grond verdwijnen en plaatsmaken voor beton, asfalt en baksteen.
De kinderen die er zullen opgroeien, leren waarschijnlijk voornamelijk het gele zand van de speelplaatsen kennen. En misschien nog een stukje zwarte aarde, als de ouders een volkstuintje hebben.
Frans de Jonge