Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut, luchtte in de Volkskrant van 29 mei 2010 zijn hart over wat hij noemt "de beschavingsval". Uit de voorbeelden die hij noemt, valt op te maken dat hij bedoelt dat mensen geen idealen meer koesteren en niet meer aardig voor elkaar zijn. Als voorbeeld schrijft hij dat hij op een fietspad twee meisjes tegemoet rijdt die naast elkaar blijven rijden. Als hij niet uitwijkt, roepen ze: "He, klootzak!" Ook het ellebogenwerk als mensen met z'n allen tegelijk de trein in willen. Evelien Tonkens liet zich op dezelfde manier uit en vroeg zich af: waarom hebben wij in Nederland zo'n extreem slecht humeur?
Balkenende zette in 2002 het verval van normen en waarden voor het eerst op de politieke agenda. Bij de 'beschavingsval' van Boutellier gaat het eigenlijk om hetzelfde. Dat mensen zich steeds minder aan fatsoensregels houden en zich steeds makkelijker laten gaan in hun agressie is echter niet overal het geval. Ik kom regelmatig in Leeuwarden om mijn moeder op te zoeken en daar word je echt niet van je sokken gereden als je probeert over te steken. De mensen zijn er opvallend aardig, daar word je niet zomaar voor klootzak uitgemaakt en beginnen mensen niet ongeduldig te toeteren als je niet opschiet. De 'beschavingsval' lijkt mij vooral iets van de Randstad.
Volgens Boutellier komt de beschavingsval doordat mensen op zoek zijn naar hun identiteit. Ze weten niet meer wie ze zijn en ze hebben geen doel in hun leven. In mijn ogen een vergezochte verklaring. Ik geloof er niets van. Mijn theorie is veel eenvoudiger. Mensen die lekker in hun vel steken, niet al te veel zorgen hebben en gewaardeerd worden, die mensen toeteren, tieren en schelden niet. Mensen met een kort lontje, die zich snel ergeren en anoniem allerlei vuil op internet zetten, zijn op de een of andere manier gefrustreerd. Anders doe je dat niet. Mensen die het in onze samenleving niet getroffen hebben, zich miskend en tekortgedaan voelen, wat voor reden hebben die om aardig en prettig te zijn in de omgang?
De stad volhangen met camera's en samenscholingsverboden instellen, zoals Wolfsen doet, of overlastgevende jongens vernederen, zoals Hans Spekman voorstelde, leidt tot niets. Sterker, het versterkt bij de daders het gevoel van miskenning en het geeft ze dus een reden temeer om zich asociaal te gedragen. Verstandig zou zijn om eens goed na te denken over de vraag: waarom merk je in kleine steden en op het platteland weinig van een beschavingsval en in de Randstad wel?
Het antwoord is dat de grote steden voor veel mensen onleefbaar zijn. Als je wilt dat mensen een beetje aardig voor elkaar zijn, dan bereik je dat alleen maar door ervoor te zorgen dat de stad voor iedereen leefbaar is, ook voor categorieën die buitengesloten plegen te worden.
Kees van Oosten