Noem het de kift maar de proloog van de Tour de France in Rotterdam viel mij tegen. Het ging vooral om de plaatjes, hoorden we vooraf nog eens van tourdirecteur Christian Prudhomme. Het moest zoals vorig jaar in Londen zijn. De havenstad was gehuld in een regennevel, de Willemsbrug is toch echt niet de Tower Bridge, de Boompjes kan niet tippen aan het Embankment en die Posthumalaan en Dordtselaan vlak voor de aankomst waren van een triestheid, die je zelfs in de Rotterdamse Vogelaarwijken niet tegenkomt.
Maar goed, ik zal een gekleurde bril op hebben gehad. Mart Smeets' enthousiasme was net zo groot als bij elk Frans gehucht waar de ronde doorheen komt. Die automatische piloot van hem doet het al een jaar of dertig. Even hoopte ik dat de Duitser Martin de gele trui zou winnen en zijn naam aan Rotterdam zou vastzitten, maar dat werd toch nog Fabian Cancellara.
De volgende dag stond ik 80 kilometer zuidelijker op het peloton te wachten. Ik moest denken aan de keren dat ik de Tour eerder zag passeren. Het Grand Départ in Luxemburg in 2001, Pornic bij Nantes in 2003. In de stromende regen gleed Jan Ulrich daar in de tijdrit onderuit en de start van de eerste Pyreneeënrit in Castelsarrasin in 2004. Daar zat Raymond Poulidor die nooit de gele trui droeg in een geel overhemd van de Franse sponserende bank gele shirtjes te signeren. Dezelfde Poulidor zag ik zondagmiddag ver voor de koers, in een geel shirt, in zijn eigen auto zitten. Dat doen die Fransen weer wel. Twee oud renners rijden met een auto die hun naam draagt voor de renners uit. Laurent Jalabert en Raymond Poulidor. Onder de stralende zon met een straffe zeewind passeerde men de Stormvloedkering-Oosterschelde. Als doekje voor het bloeden voor het missen van Utrechtse plaatjes hieronder eerst de kopgroep met Lars Boom en vervolgens het peloton. Het lukt nog wel een keer in Utrecht. Straks rijd ik achter de renners aan België in. Misschien wel tot aan de honderdjarige Col du Tourmalet op 20 juli a.s. Ik ben niet helemaal zeker of ik de komende twee weken columns kan leveren, maar ik zal het proberen.
René Verhulst
Foto's: Desiree Meulemans.