Volgens Harald Welzer zal klimaatverandering oorlogen tot gevolg hebben en de ongelijkheid in de wereld doen toenemen. In zijn boek 'Klimaatoorlogen', in het Nederlands uitgegeven in 2009, schetst hij een scenario waarin het slecht afloopt met de wereld. Het boek heeft twee slothoofdstukken. Het eerste is voor lezers die graag willen lezen dat er nog iets gedaan kan worden om het onheil te keren. Dat hoofdstuk is voor de optimisten. Het tweede slothoofdstuk, zo schrijft Welzer, kun je beter niet lezen als je een optimist bent. Daarin staat namelijk hoe Welzer denkt dat het zal aflopen: niet goed.
"Optimisme is slechts een gebrek aan informatie." Met dat citaat van Heiner Müller begint het tweede slothoofdstuk. Het is een kort hoofdstuk. Veel woorden zijn er ook niet voor nodig. Belangentegenstellingen verhinderen het vastberaden en eendrachtig nemen van effectieve maatregelen. De onophoudelijke energiehonger van oude en nieuwe industrielanden en de mondiale spreiding van een op groei gebaseerd economisch model (globalisering) maken het onrealistisch te verwachten dat de opwarming tot staan zal worden gebracht. Door opwarming zullen vruchtbare gronden verdwijnen, waardoor er volksverhuizingen en vluchtelingenstromen op gang komen, die weer conflicten tot gevolg hebben. Welzer illustreert dat aan de hand van de oorlog in Soedan.
Europa en Noord-Amerika, zo gaat Welzer verder, waar de gevolgen van de opwarming minder dramatisch zijn, zullen hun grenzen hermetisch afsluiten om hun rijkdom te beschermen. Er zullen oorlogen worden gevoerd om schaarse hulpbronnen en de onverschilligheid tegenover vluchtelingen en geweld zal toenemen. Mensen die in armoede leven en daardoor een potentiële bedreiging vormen voor de welstand en veiligheid van de 'gevestigde' mensen zullen steeds meer als overbodig worden beschouwd en in groten getale sterven door gebrek aan water en voeding of door oorlogsgeweld. Verstand, recht en menselijkheid blijken, zo leert de twintigste eeuw, maar een dun vernisje.
Voor Welzer zal de moderne westerse beschaving, die, zoals hij schrijft, met de Verlichting begon en al snel uitdraaide op slavernij, genadeloze uitbuiting van koloniën en vernietiging van levenscondities van mensen die aan die westerse beschaving part noch deel hebben, eindigen in een apotheose van geweld en onderdrukking. Een bitter en goed onderbouwd betoog, waar weinig tegen in te brengen valt. Behalve dan dat optimisme niet een gebrek aan informatie is, maar de weigering om problemen onder ogen te zien.
Kees van Oosten