Mijn zoon vertelde mij het verhaal van een Marokkaanse schoonmaker bij de universiteit. Van tijd tot tijd kwam er, als hij langs was geweest om de kamers schoon te maken, een ploegje achteraan van drie netjes in het pak gestoken controleurs met een checklist. Die kwamen afvinken of de prullebak geleegd was, de vloer gezogen, het bureau afgestoft. Een wat oudere collega van mijn zoon werd daar zo boos van dat hij die drie stropdassen zijn kamer uit joeg.
Dit verhaal is een illustratie van waterhoofdmanagement. Het handjevol mensen dat het eigenlijke uitvoerende werk doet, wordt gecontroleerd, beoordeeld, geselecteerd en gedirigeerd door een bont gezelschap vage baantjesjagers: groepsmanagers, human resource managers, directeuren, afdelingshoofden, bestuursadviseurs, procesbeheerders, kwaliteitsbewakers en noem maar op. Allemaal hoger opgeleid en met een riant inkomen.
Waterhoofdmanagement brengt een arbeidsdeling met zich mee waarbij de mensen die met het uitvoerende werk zijn belast alleen nog maar blindelings handelingen mogen verrichten. Zorgverleners, verplegers, contactambtenaren, leraren, archiefmedewerkers, maar ook productiemedewerkers, lassers en monteurs moeten werken volgens gedetailleerde voorschriften en tijdschema's. Creativiteit en initiatief zijn uit den boze en daar is ook geen tijd voor.
Wie het uitvoerende werk niet meer ziet zitten, wat meer wil verdienen of bezuinigingen wil ontlopen, zorgt dat hij of zij ook kan gaan aansturen, begeleiden en coördineren. Goedbetaalde baantjes, waarmee je je makkelijk onmisbaar kan maken. Want het verhaal dat er professioneler gewerkt en dus beter aangestuurd moet worden, gaat er altijd in als koek. Het gevolg is het ontstaan van organisaties met een groot waterhoofd, omgekeerde pyramides.
Marktwerking en concurrentie zorgen ervoor dat commerciële bedrijven niet aan waterhoofdmanagement bezwijken. Stagneert de winst, dan wordt gewoon het overtollige management weggesneden. De keuze is eenvoudig. Als dat niet gebeurt, gaat het bedrijf failliet. De overheid en door de overheid gesubsidieerde instellingen hoeven echter niet te concurreren en kunnen niet failliet. Als de kosten als gevolg van waterhoofdmanagement de pan uit rijzen, wordt er eenvoudig, zoals in Utrecht, op de dienstverlening, de zorg en de uitkeringen bezuinigd en gaan de onroerend-goedbelasting en de parkeerbelasting omhoog.
Een gewoon bedrijf waar waterhoofdmanagement ongebreideld om zich heen grijpt, zou meteen de poorten kunnen sluiten en de bestuurders zouden door de curator wegens wanbeheer persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Waarom gebeurt dat bij de (semi-)overheid niet? Waarom grijpt de politiek niet in? Het antwoord is eenvoudig: de managers, directeuren, afdelingshoofden, bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers enzovoort die bij de overheid en semi-overheid werkzaam zijn, hebben het ook in de grotere gevestigde politieke partijen voor het zeggen. En daarom zal er wél op de dienstverlening, de zorg en de uitkeringen worden bezuinigd, maar niét op waterhoofdmanagement.
Kees van Oosten