Op een belangrijke herdenkingsdag als vandaag moet mij toch iets van het hart dat niet met de verschrikkingen van de Tweede Wereld oorlog en andere oorlogen te maken heeft. Het gaat over de nieuwe regels van burgemeester Aleid Wolfsen over de straatmuziek in de Utrechtse binnenstad en Hoog Catharijne.
In een brief aan de gemeenteraad schreef hij dat Utrecht overspoeld wordt door vooral Roemeense straatmuzikanten waarbij het de vraag is of het echte muzikanten zijn of professionele bedelaars. Rond de Utrechtse Rubberdreef, de schuiten aan het Zandpad, schijnt het merendeel van de vrouwen onder dwang te werken en ook die prostitutiestrook zou overspoeld worden door meisjes uit het voormalig Oostblok.
Op een herdenkingsdag als vandaag zou ik Wolfsen eraan willen herinneren dat de meeste landen van het voormalige Oostblok inmiddels onderdeel zijn van de Europese Unie. Binnen de Unie is een vrij verkeer van mensen en goederen geregeld. Zeer belangrijke rechten. Straatmuziek wordt beschouwd als een onderdeel van de vrijheid van meningsuiting, geregeld in de Grondwet onder artikel 7.
Dat de burgemeester in het verleden heeft laten zien het met de persvrijheid niet zo nauw te nemen als het om zijn eigen persoon gaat is kwalijk, maar dat is door de pers zelf inmiddels rechtgezet. Maar wat moeten de Roemenen?
Wolfsen heeft als hoeder van de veiligheid in de Domstad voldoende mogelijkheden om misstanden aan te pakken. Hij kan zijn agenten geregeld naar het Zandpad sturen om daar te laten constateren of er meisjes werken die minderjarig zijn. Is er mogelijk sprake van mensenhandel, dan kan hij dat door de politie laten onderzoeken en maatregelen nemen. Het gaat niet aan om mensen op nationaliteit te weren. Als straatmuzikanten zich hinderlijk gedragen, of ze nu uit Roemenië, Engeland of Amsterdam afkomstig zijn, kan hij ze via de politie aanpakken.
Ik, maar dat is mijn mening, kan er niet bij dat de Utrechtse gemeenteraad toestaat dat Wolfsen mogelijke misstanden mag oplossen met overdreven middelen als het uitgeven van gemeentelijke ontheffingen en registratieplicht. Wat moet een meerderjarige vrouw uit Polen die geen pooier heeft, zelfstandig voor de prostitutie kiest (een legaal beroep, weet u nog) doen als haar door de gemeente een vergunning wordt geweigerd? Naar de rechter stappen? Dat gaat ze niet doen. Wat moet een geweldige muziekgroep uit Roemenië beginnen als de gemeente zegt geen vergunning te kunnen verstrekken? De ambtenaren van Wolfsen verzinnen een mooie reden en de groep heeft het nakijken. Misschien kunnen ze een bezwaarschrift schrijven dat vervolgens 10 weken in een la blijft liggen en de gemeente uiteraard gelijk geeft.
Dat de nieuwe regels ook voor Hoog Catharijne gaan gelden, heeft hopelijk niets te maken met de enorme positie van eigenaar Corio in de Domstad. Ik zal dat eens navragen.
Vandaag herdenken we alle slachtoffers van oorlogshandelingen. Woensdag vieren we dat we in Nederland vrij kunnen leven. Die vrijheid wordt volgens eigen zeggen door Utrecht niet ingeperkt of onmogelijk gemaakt, maar wel aan banden gelegd waar het de straatmuziek aangaat.
Wat mij betreft is het aan banden leggen van die vrijheden door onze lokale overheid veel te dwingend. Als het gaat om overlastgevende festivals of nutteloze wielerritjes gaan er miljoenen gemeenschapsgeld over de balk om mijn vrijheden in te perken. Komt er een meisje of jongen uit het oosten om zijn of haar geluk in dit deel van het vrije Europa te zoeken, is dat bij voorbaat verdacht en volgt klemmende regelgeving. Hangt GroenLinks een fiets op een verkiezingsbord volgt er een standje van Wolfsen, maar hij staat wel toe dat de verkiezingsborden blijven staan in de stad om ze te behangen met reclame voor de Giro d’Italia. Het is meten met twee maten en daar houd ik niet zo van.
Wouter de Heus