Herdenken
Column
Gepubliceerd: 2010-05-05
door: Wouter de Heus
De tijd vliegt, dat hadden we vorige weel al geconstateerd. In dit geval heb ik het over de herdenkingsdagen 3, 4, 5 en 6 mei. De laatste dag neem ik mee omdat het dan alweer acht jaar geleden is dat Pim Fortuyn werd vermoord.
Met de landelijke verkiezingen in aantocht en de huidige heisa rond Cohen en Wilders voelt de sfeer weer een beetje - ik zei een beetje - hetzelfde. De eerste dag neem ik mee omdat het de gedenkwaardige Dag van de Persvrijheid is waarop ik deze column schrijf. Een dag die met hoofdletters geschreven moet worden.
Toch denk ik nu meer aan 4 en 5 mei. Deze belangrijke herdenkingsdagen gaan dit jaar met pensioen, 65 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Gelukkig mogen we aanstonds in dit land langer doorwerken en kunnen deze dagen ook wat langer mee. En ze worden steeds meer getransformeerd naar algemene herdenkingsdagen in plaats van heel specifiek geënt op WO II. Dat is op zich geen slechte gedachte.
Toch gaan mijn gedachten altijd terug naar de oorlogsverhalen van mijn ouders, grootouders, ooms en schoonfamilie. De kleine geschiedenis uit eigen kring. De manier waarop mijn moeder, vertrokken uit de stad tijdens de hongerwinter naar familie in de Betuwe, haar beste vriendinnetje verloor omdat Engelse jagers per ongeluk de naastgelegen boerderij beschoten in een poging om de luchtafweer in de boomgaard daarachter te raken. Hoe mijn ooms vluchtwegen hadden aangelegd om de razzia’s voor te zijn waarbij jonge mannen uit huis werden geplukt voor arbeid in Duitsland. Hoe mijn schoonvader en zijn ouders de Jappenkampen doorkwamen en de sporen die dat had nagelaten. Over de smakelijke verhalen van mijn opa over verzetsmensen in zijn dorp aan de Vecht. Maar vooral ook de verhalen van mijn oma over die ingekwartierde Duitse soldaat die zo bang was in Ravenswaay te sterven. En hoe zij hem troostte en opbeurde. De geschiedenis is 65 jaar oud en dus nog zo dichtbij.
Ook denk ik aan de trips naar Normandië die ik in 1994 en 2004 maakte met goede vrienden om de herdenking van 50 en 60 jaar D-day mee te maken. Vooral de week rond 6 juni 1994 maakte diepe indruk. Bij de kerk van Sainte-Mère-Eglise, op het strand van Arromanches en de overweldigende Amerikaanse erebegraafplaats bij Colleville-sur-Mer. De diepe indruk was niet gelegen in het immense eerbetoon of de aanwezigheid van staatshoofden maar vooral de soldaten die er in groten getale waren. Mannen van rond de zeventig die terugkwamen op de plek waar ze als amper jong volwassene doodsangsten hadden uitgestaan. Grote stoere mannen die huilden als kinderen toen ze op Omaha-beach stonden en daar dachten aan hun landing en hun gesneuvelde kameraden. Je kon gemakkelijk zien wie van hen de eerste landingsgolven hadden meegemaakt.
De bevrijdingsfestivals hebben die indruk eigenlijk nog nooit gemaakt. Ik heb er niks mee, de marketingmanier waarop de jeugd nu overgoten moet worden. Dit jaar mag er geen glas worden meegenomen. Das minder gevaarlijk. Tja, dat zegt feitelijk alles. Neem die kids eens mee naar een plaatselijke kranslegging zou ik zeggen.
Wouter de Heus
Stuur dit bericht door!
|