zaterdag 21 september 2019
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




Pandabeer
Column
Gepubliceerd: 2010-05-20
door: Quentin van Dinteren








Laat ik het gelijk zeggen: ik houd niet zo van sportgerelateerde geweldsdaden. En dan bedoel ik niet één of andere Favioli of Klikodinho die luid gillend als een elegante zwaan tegen de vlakte gaat omdat een goedwillend grassprietje langs zijn tedere kuitje strijkt.

Neen, ik bedoel dan het sportgerelateerde geweld dat soms noodzakelijk wordt geacht bij bijvoorbeeld de Giro d’Italia (een zeer misleidende naam) of bij het tweejaarlijkse sjoeltoernooi in Hoogezand-Sappemeer. Ik snap dat het saai is, zo’n sportwedstrijd, dus dat je dan even een uitlaatklepje nodig hebt. Zolang alle betrokkenen daar ook zin in hebben: prima! Maar er worden zo vaak mensen bij betrokken die daar niet op zitten te wachten.

Gelukkig doen wij dat in Utrecht anders. Zo fietste ik laatst gelukzalig te midden de madeliefjes en de spelende eekhoorntjes en konijntjes. Een klein, donzig vogeltje zat op mijn schouder en floot vrolijk een liedje over de liefde voor het leven. Het zonnetje scheen edelmoedig op mijn bolletje en overal om mij heen waren lentekleuren en lieflijke dingen... Ook had ik iets teveel paracetamol tegen de hoofdpijn genomen die ochtend.

Doch opeens blokkeerde een horde dreigende wolken de zon. Verschrikte lenteknaagdiertjes doken met opengesperde oogjes terug in hun holletjes. De bomen verloren spontaan hun blad, de madeliefjes kozen het hazenpad. Het vogeltje op mijn schouder piepte eenmaal schel en werd toen door mij van mijn schouder getikt… Dat schelle gepiep hoeft voor mij niet zo.

Aan de horizon verscheen een grote groep jongens, luid brullend in de schaduw van de overtrekkende wolken. Dit waren luidruchtige sportgerelateerde herrieschoppers, ik zag het gelijk. Maar noem mij een dwaas, noem mij een held, noem mij een walrus: ik fiets voor niemand om… (Als er geen zijstraatjes zijn waar ik in kan fietsen in ieder geval.) Toen ik nabij kwam, werd er geroep en gejoel aangeheven. Dit zou herrie worden…

De jongens braken de gelederen en één van hen chargeerde vol furore richting mij. In zijn hand hield hij een onheilspellend voorwerp. Hij brak zijn charge af als een Korinthische speerwerper in de hoogtijdagen van het oude Mykene en wierp met een groot momentum en grote kracht zijn voorwerp. Weerbarstig zette ik mij schrap en bereidde ik mij voor op de klap. Suizend kwam het object op mij af…

Pandabeer…

Pandabeer, ja! Een lieftallig knuffeltje van een pandabeer, met lieve grote ogen en een gezellig vachtje, landde vlakbij mij. Opeens zat er weer een vogeltje op mijn schouder vrolijk te fluiten. Het lentezonnetje streelde mijn bolletje weer en de bende sportenthousiastelingen vervolgde hun vrolijke huppelmars, ongetwijfeld in koor het Smurfenlied zingend. Het was een fijn moment: van de Utrechtse sportenthousiasteling valt een hoop te leren.

Quentin van Dinteren


Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht