Nederland staat niet alleen bekend om Doutzen Kroes, tulpen en molens, maar ook om de fietsen. Deze zijn overal te vinden in ons kleine kikkerlandje en er wordt door ons kaaskoppen met grote regelmaat stevig op doorgetrapt. Zo ook in Utrecht. De duizenden fietsen die elke straathoek, iedere paal, elk hekje langs de gracht en de overvolle fietsenstallingen sieren, staan er natuurlijk niet voor niks. Alhoewel, er zijn een aantal spookfietsen die alleen maar mooi (of toch vooral lelijk en verroest) staan te wezen. Die nationale hobby van ons, dat fietsen, heeft in de ogen van buitenlandse toeristen altijd iets romantisch. Zo sportief en eigengereid, lekker met je haren in de wind op de fiets. Laat dat juist één van de dingen zijn die fietsen niet altijd zo frivool maakt…
We hebben de herfst er nu al voor een groot deel op zitten, maar wij fietsers hebben inmiddels dan ook al van menige douche buitenshuis mogen ‘genieten’. Toch lijkt het haast bijna nog beter om in je kleffe, zweterige regenpak op de fiets te stappen dan in zo’n kleffe, zweterige en overvolle bus. De echte winter laat echter niet lang meer op zich wachten en we kunnen dan ook alleen maar hopen dat de gemeente dit jaar wél genoeg strooizout heeft ingeslagen, zodat in ieder geval meer dan 10 % van de fietspadgebruikers ongeschonden en zonder vallen de winter door kan komen.
Het zou de gemeente ook niet misstaan als ze die zandbak en alle ellende van dien bij het station wat beter hadden doordacht. Nu staan er tijdens de spits niet alleen autofiles, maar ook fietsfiles op het kruispunt. In de meeste gevallen kun je pas oversteken bij de derde keer groen, omdat de rij wachtende fietsers voor je te lang is. Een oplossing of verbetering zou hier zeker geen overbodige luxe zijn.
Maar wij fietsers hebben niet alleen eisen, maar ook plichten. Naast de gewone verkeersregels in acht te nemen, moeten we in de winter ook altijd extra letten op onze verlichting. Andere weggebruikers kunnen je dan namelijk niet goed zien, maar de politie des te meer. In weer en wind, maar noodzakelijkerwijze uiteraard vooral in het donker, gaan zij op oorlogspad. Het lijkt haast de plicht van de fietsers om deze blauwe petten de winter door te helpen door het aantal uitgeschreven boetes omhoog te krikken, zodat de heren en dames in uniform hun bonnenquota nog net voor het einde van het jaar halen.
En toch, toch is er iets wat alle bovenstaande ergernissen en het feit dat je fiets echt nergens veilig staat in de stad goed maakt. Er is namelijk een beweging gaande. Die fietsers een hart onder de riem steekt. Of om specifieker te zijn, die fietsers een hart op het stoplicht geeft. Ze zijn zeldzaam, maar toch, hoe meer je er op let, hoe meer je er zult zien. Je ziet ze alleen bij de ouderwetse stoplichten, niet die flashy nieuwe met LED-lampjes. Bij de kleine stoplichten die halverwege de paal zitten speciaal voor de fietsers, daar moet je extra goed opletten wanneer deze op rood springt. Niet vanuit veiligheidsoverwegingen, maar wel om het rode hartje te zien wat iemand heeft gemaakt met behulp van zwart plakband. Ik weet niet wat de motieven en bedoelingen van de plakker zijn, maar elke keer wanneer ik een hartje zie krijg ik een warm gevoel van binnen. En dat kunnen we medio november allemaal wel gebruiken.
P.S.: Om je op weg te helpen (en op te warmen), in de buurt van het station en de zandbak zijn er al twee te vinden.
Liske