Groen buurtconflict
Column
Gepubliceerd: 2010-11-14
door: Rene Verhulst
Eigenlijk voer ik in mijn buurt al jaren strijd tegen de GroenLinksmevrouw. Er gaan geen scheldpartijen over en weer, noch de gemeente noch de politie is er bij betrokken, maar het is een soort competitie.
Ik noemde haar al GroenLinksmevrouw vanwege haar boswachterachtige outfits, onafscheidelijke fiets en verbeten trek om de mond. Vreemd eigenlijk, want zo ken ik normale dames van die partij niet. Dat de naam goed gekozen was, bleek op een avond dit jaar. Ik stond boven en zag haar in het donker komen aanlopen, met ook een man erbij. Bij mij hing een CDA-affiche voor het raam en ginnegappend duwde zij, ondanks de brievenbussticker, een folder van GroenLinks door de bus. Snel maakte zij zich uit de voeten. Lachen zeg.
De vete stamt van het zogenaamde pijl en boogincident, dan wel van de valpartij van haar in mijn tuin. Laat ik met het eerste beginnen. Ergens voorjaar 2007 was ik mijn auto aan het schoonmaken. Dat doe ik twee keer per jaar, waarvan een keer na de vakantie. Mevrouw was al langs gefietst met een kwade blik naar de verspilling van al dat water. Verderop waren twee jongetjes van een jaar of acht met een pijl en boog aan het schieten. Ze hadden een zelfgemaakte boog en schoten met pijlen van bamboe. Erg ongevaarlijk had ik al gezien, dertig meter was ver. Twee brave jongens (geen kinderen van mij), ze schoten niet op elkaar en niet op mensen. Een zeer onschuldig tijdverdrijf zou je zeggen. Tot opeens achter mijn rug de mevrouw afstapte en tegen die jongens zei dat ze niet op de bomen mochten schieten. Bedremmeld raapten die hun pijlen op. Ik draaide me om, de autoshampoo nog in de hand, en voelde me geroepen te zeggen dat de pijlen geen punten hadden en dit voor de bomen geen kwaad kon. De reactie was natuurlijk of ik het christelijk vond om met pijl en boog te schieten etc. Ik geloof dat ik iets terug heb gezegd in de trant van beter buiten spelen dan in de coffeeshop zitten. Ik had er een vijand bij.
Zeker toen veel later op een avond ik rustig naar tv zat te kijken en een enorme dreun voelde, de bank trilde ervan. Alsof er een zak zand onder het raam was gegooid. Zoiets bleek het te zijn, want de mevrouw was over de rand van mijn tuinpad gestruikeld, op weg om iets in de bus te doen. Als barmhartige Samaritaan deed ik open en vroeg of het goed met haar ging. Alsof er een aanslag op haar was gepleegd. Ik had moeten zorgen voor verlichting op dat pad of reflectors (?) op de stenen en had ook de bladeren voor die rand op moeten ruimen. Vals antwoordde ik dat ik juist die bladerhopen in mijn tuin had voor de vogels en de egels. Ik zal nooit weten wat zij in de bus wilde doen, want kwaad liep zij weg. Sindsdien mijden wij elkaar en soms is dat maar goed ook.
René Verhulst
Stuur dit bericht door!
|