Corstens, president van de Hoge Raad, had geen ongelukkiger moment kunnen kiezen om het tegen Wilders voor de Nederlandse rechtsstaat op te nemen. Kritische uitspraken over de rechtspraak als die van Wilders ondermijnen het vertrouwen in de rechtspraak. Aldus Corstens. Volgens de PVV-leider kan Corstens zich echter beter zorgen maken over fouten van rechters zoals Schalken en Moors dan over hem. "Zij zorgen voor groeiend wantrouwen tegenover de rechtspraak en niet ik." Aldus Wilders.
Ik betrap me erop leedvermaak te hebben over de afgang van die voorname rechters en raadsheren. Mijn vrouw zegt dat ze dezer dagen van tijd tot tijd het verkiezingsprogramma van de PVV weer eens moet lezen om geen sympathie voor Wilders te krijgen. Wilders heeft in deze zaak groot gelijk: het zijn de rechters en raadsheren zelf die zorgen voor een groeiend wantrouwen van het publiek tegenover de rechtspraak en niet degenen die hun vooringenomenheid en domheid aan het licht brengen.
Rechters hebben een universitaire studie achter de rug en beschouwen zichzelf als academici. De rechtenstudie heeft echter niets met wetenschap te maken. Juristen zijn hedendaagse schriftgeleerden. Zoals de priester en de dominee geacht worden de bijbel te kennen en geleerd hebben hoe zij bijbelteksten moeten uitleggen, zo wordt de jurist geacht de meest voorkomende wetboeken te kennen en de uitspraken van hoge rechters te hebben bestudeerd. Juristen hebben met schriftgeleerden gemeen dat zij denken de werkelijkheid te begrijpen doordat zij de wet, respectievelijk Gods woord kennen.
(Kennis van de wet en van de jurisprudentie van hedendaagse rechtenstudenten moet je trouwens niet al te hoog aanslaan. Voor het trouw volgen van werkcolleges aan de UU krijg je 'bonuspunten'. Heb je ondanks al die intensieve voorbereiding toch maar een 4 voor je tentamen, dan kun je met die bonuspunten toch nog aan een voldoende komen.)
Wetenschap onderscheidt zich van geloof, mythe en ideologie doordat verklaringen worden getoetst aan de feiten. Als er feiten worden gevonden die niet stroken met die verklaringen, dan worden de verklaringen geacht onjuist en onwaar te zijn. Economen, sociologen, natuurkundigen worden daarom opgeleid en getraind om objectief feiten te verzamelen en te beoordelen, zodat ze op goede gronden kunnen beslissen of die feiten al of niet met de aan de feiten te toetsen verklaringen in overeenstemming zijn.
De jurist heeft echter nog nooit van een 'operationele definitie', 'empirische specificatie' of 'empirische basis' gehoord, hij heeft niets over steekproeven meegekregen, weet niets van experimenten en methoden en technieken van onderzoek. Hij heeft in zijn studie ook niets van wetenschapsleer gehad. Popper, Kuhn, Lakatos, ze zeggen hem allemaal niets. Hij heeft geleerd dat alleen kennis van de wetboeken en de jurisprudentie er maar toe doet. Hoe hij als feitenrechter moet beslissen wat precies de feiten zijn, daar wordt hij niet voor opgeleid en dat weet hij niet. Dat is de belangrijkste verklaring voor hun vooringenomen uitspraken en het feit dat er zo veel mensen onschuldig in de gevangenis zitten. Lees Dubieuze zaken van de psychologen H.F.M. Crombag, P.J. van Koppen en W.A. Wagenaar.
De meeste rechters hebben ook een broertje dood aan de feiten. Die laten ze aan deskundigen over. Dus als je als eenvoudige burger geen deskundige kunt betalen (zoals de overheid, die ons belastinggeld daarvoor gebruikt), stelt de rechter vast dat je jouw standpunt niet met een deskundigenrapport hebt onderbouwd en dat je dus ongelijk hebt. Want zich in de feiten verdiepen, hij weet niet hoe het moet en hij heeft er geen zin in. Rechters houden van spitsvondige wetsinterpretaties, niet van feiten. Het Hof in Arnhem presteerde het de overheid het voordeel van de twijfel te geven omdat de overheid "geacht mag worden" deskundigen bij haar besluit betrokken te hebben en de burger niet. Aan de feiten die door de burger werden aangedragen, meende het Hof om die reden eenvoudig voorbij te mogen gaan.
Wie zo af en toe uitspraken van de Raad van State leest, begrijpt meteen wat ik bedoel. Wie namelijk het dossier van een zaak kent en de uitspraak leest, vraagt zich dikwijls af of de staatsraden wel bij de zitting aanwezig zijn geweest en of zij überhaupt kennis hebben genomen van wat de burger in zijn beroepschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht. Daar valt in de uitspraak meestal nauwelijks iets van terug te vinden. Met de standaardformule "hetgeen de appellant naar voren heeft gebracht kan niet tot een ander oordeel leiden" pleegt onze Afdeling bestuursrecht de burger die tegen de overheid procedeert af te serveren. Rechtsstaat, waar haalt Corstens het vandaan?
Kees van Oosten
(rechtshulpverlener)