Reverse psychology
Column
Gepubliceerd: 2010-09-27
door: Elize & Liske
Ik werk in de bruisende binnenstad van Utrecht en daar is altijd genoeg te doen en te zien, ook al zit je binnen. Schreeuwende studenten, moeders met bakfietsen en soms een verdwaalde BN’er (met stip op 1 Erwin Kroll) passeren geregeld de revue. Van een afstandje is dat interessant, maar gezien er ook gewerkt moet worden bemoei ik me niet met het straatbeeld. Toch aanschouwde ik onlangs een tafereel dat alles met mij te maken had.
Mijn fiets plaats ik altijd aan het hek van de gracht tegenover mijn kantoor. Lekker dichtbij en in het zicht. Bestuurders van uitzonderlijk dikke auto’s proberen mijn fiets af en toe te verplaatsen, omdat er anders niet goed dubbel geparkeerd kan worden, maar dat is prima: hij staat goed vast.
Toen er dus laatst een jongen en een meisje bij mijn fiets stonden zag ik daar dus geen kwaad in. Ze probeerden er een beetje mee te schuiven en het leek of ze verder zouden lopen. Tot de jongen een tas open doet en daar een grote betonschaar uithaalt. Het gereedschap wordt op mijn slot gezet en ik ren zo hard ik kan naar buiten.
Bij het tweetal aangekomen vraag ik zo beleefd mogelijk wat precies de bedoeling is van de betonschaar. Ik wordt vissig en betrapt aangekeken en de jongen, die een aantal broodkruimels op zijn wang heeft, antwoordt: ‘Dat is háár fiets’ (doelend op zijn al even zo vissige compagnon). Ik zeg hem dat het mijn fiets is die ik hier elke dag op dezelfde plek neer zet. Nee, herhaalt de jongen, het is háár fiets die onlangs gejat is en die ze nu, op geheel terechte wijze dus, terug komen halen. Ze hadden hem herkend aan het lampje (het welbekende HEMA-ledlampje, waar fietsen inderdaad goed aan te herkennen zijn). Ik herhaal opnieuw dat dit onmogelijk is, omdat ik deze fiets jaren geleden nieuw gekocht heb.
En doet de jongen een slimme zet. Waar ik de fiets dan gekocht heb en hoe ik dat kan bewijzen. Ik maak me klaar om opnieuw in de verdediging te schieten, tot ik besef wat er aan de hand is. Daarnaast hebben de broodkruimels de wang van de jongen niet verlaten tijdens de discussie, wat op mijn lachspieren begint te werken. Ik zeg hem dat ik nu de politie ga bellen en ze kiezen direct het hazenpad. Als ik later tegen beter weten in de politie bel en meedeel dat er twee fietsendieven met een betonschaar aan de slag zijn in Utrecht, vraagt de medewerkster om een omschrijving van het tweetal. Over de specifieke gezichtsdetails hoef ik niet lang na te denken.
Elize
Stuur dit bericht door!
|