Ik herinner mij een zaak, waarbij 4 februari 2009 's middags om 15.42 uur een verzoek van de gemeente Utrecht om een voorlopige voorziening bij de rechtbank binnenkwam en dat meteen de volgende dag een zitting plaatsvond (Majellaknoop SBR 09/249). Zes dagen later deed de rechtbank uitspraak in het voordeel van de gemeente. Vlotte bediening dus. Een voorlopige voorziening kan worden getroffen als het om een kwestie gaat die zo spoedeisend is dat niet gewacht kan worden op het besluit op bezwaar of op de behandeling van het beroep.
In de zaak die ik mij herinner vernietigde de Raad van State op 24 december 2008 een besluit van de gemeente, zodat de gemeente opnieuw een besluit moest nemen. Daarvoor had de gemeente 6 weken de tijd. Dat betekent dat er uiterlijk 4 februari een nieuw besluit genomen had moeten worden. De gemeente had dat besluit niet genomen, maar had in plaats daarvan een voorlopige voorziening gevraagd om niet op haar eigen besluit te hoeven wachten.
De rechter, mr. B.J. van Ettekoven, had natuurlijk kunnen zeggen "Wat is nu de spoedeisendheid in uw zaak? Zodra u als de gemeente dat besluit neemt, kunt u aan de gang". Dat zei de rechter niet, hij had er alle begrip voor dat de gemeente geen tijd had om dat besluit te nemen en toch alvast aan de gang wou.
Wat dit voorbeeld laat zien is dat de rechtbank Utrecht soms heel erg ver gaat om een gemeentebestuur te hulp te schieten. Op 4 februari kwam het verzoek binnen, binnen 24 uur vond de zitting plaats en binnen 6 dagen werd uitspraak gedaan in het voordeel van de gemeente.
Nu het geval van mevrouw M. Geen gemeente, maar een bijstandsmoeder. Op 5 april 2011 vroeg ik een voorlopige voorziening aan omdat een gemeente in de regio haar bijstandsuitkering had gekort met 40%. Het gevolg van de strafkorting was dat mevrouw M niet eens genoeg geld had om de huur te betalen, laat staan om eten te kopen voor haar zelf en haar kind van 5. De voorlopige voorziening vroeg ik omdat mevrouw niet kon wachten op de behandeling van haar bezwaarschrift, want daar mag een gemeente met een bezwaarschriftencommissie 12 weken over doen.
Je zou denken als de rechtbank binnen 24 uur een zitting houdt op verzoek van een gemeente, dan zal de rechtbank dat ook wel willen doen voor een bijstandsmoeder die door een strafkorting geen geld meer heeft om haar huur te betalen en eten te kopen voor haar zelf en haar kind.
Wie zo denkt, kent de rechtbank Utrecht niet. Op 12 april, na veel bellen, ontving ik een uitnodiging voor een zitting voor 29 april. Met andere woorden: mevrouw en haar kind van 5 konden wat de rechtbank Utrecht betreft 24 dagen honger lijden. Misschien nog wel langer, want waarom zou zo'n rechtbank meteen uitspraak doen?
Kees van Oosten