
Klik hier voor een vergrotingTijdens mijn nachtelijke bezoek aan het Muziek Centrum Vredenburg zoek ik naar een herkenbaar deel van het gebouw. Ik word te veel afgeleid door de muziek om me goed te kunnen concentreren, maar zo'n donker verlaten gebouw is wel heel indrukwekkend. Bij het naar buiten gaan, stralen de felle lampen weer in m'n gezicht. De mysterieuze sfeer is weg en de realiteit staat weer voor de deur.
Bij de achterdeur staat een bijna lege container en daarachter mijn fiets die ik daar heb verstopt. Vanaf de verhoogde uitgang zie ik een kleine rugzak liggen, midden in de container. Hij ziet er nog goed uit. Misschien handig om m'n camera in mee te nemen, denk ik.
Ik trek een poot van m'n statief helemaal uit en haak het uiteinde door de lus van de rugzak. Blijkt zo'n statief toch weer handig te zijn. De rugzak is zo goed als leeg, een halfvol Spa-flesje, wat papier en een balpen. Alleen de balpen stop ik in m'n binnenzak. Zonder goede pen voel ik me nooit compleet, zoals iemand zich niet compleet kan voelen zonder mobieltje.
Het blijkt een goede pen te zijn. Enkele weken later loop ik over de Kunststripbeurs in de Janskerk. Veel verschillende tekenaars staan er achter tientallen kramen. Ik maak een praatje met Albo Helm, een bekende Utrechtse tekenaar en kijk naar zijn werk en dat van zijn collega's.
Een paar keer sta ik te twijfelen of ik een prent, of een boek, zal kopen. Uiteindelijk kom ik bij een kraam met prenten van Joost Swarte voor enkele honderden euro's. Daar liggen ook een paar boekjes van Peter Pontiac voor een heel bescheiden prijsje. Om niet met lege handen naar huis te gaan, koop ik er één. Terwijl ik nog even verder kijk in het duurdere segment, hoor ik dat de auteur om de hoek zit te signeren.
Om het souvenir extra inhoud te geven, besluit ik de schrijver te vragen. Hij zet z'n brilletje op en zoekt een pen. Er ligt alleen een rode pen voor hem. Die vindt hij niet geschikt om mee te signeren, dus bied ik hem mijn pen aan. Ik verwacht gewoon een handtekening, maar hij begint te tekenen en neemt rustig de tijd.
Voor hij klaar is zegt hij nog dat de pen geweldig schrijft, en vraagt terloops m'n naam. Hij eindigt met Voor Frans en geeft mij het boek en de pen. Dankbaar neem ik het boek aan en bied hem de pen aan. Zo kan hij de mensen die achter mij al een soort rij gevormd hebben ook nog van een persoonlijke illustratie voorzien.
Frans de Jonge