Buiten het feit dat ik het woord nogal goor vind klinken wordt er inmiddels ook een bescheiden beerput opengetrokken rond de ‘Utrechtse’ inbreng aan de bi-anale te Venetië. Wat de stad niet lukte tijdens de WK, een lekker voetbalscherm op De Neude, lukte een spelletjes lobbygroep uiteraard wel. Sterker, de subsidie klotste tegen de plinten om ‘innovatief’ te kunnen gamen met bezoekers van de Italiaanse art-fair via een groot scherm en een mobieltje. Het nut ervan ontgaat mij volledig maar de provincie trok er 100.000 euro voor uit. Wat de gemeente en hun culturele partners Centraal Museum, Armando Museum (huh, hebben we die al), Dutch Game Garden, Impakt, Nederlands Film Festival en Utrecht 2018/Vrede van Utrecht hebben bijgedragen weet ik domweg niet. Gedurende zes weken hebben naar het schijnt een paar duizend gamers gebruik gemaakt van de peperdure Xbox-opstelling. Zitten daar de Italiaanse gamers bij? Of die uit Eindhoven en Den Haag die ook meededen?
Zulke geintjes maken van mij een cultuurbarbaar. Terwijl ik dat geenszins ben. Maar als het belangwekkende mij hiervan ontgaat, waar landt het dan wel? De gemeentelijke afdeling stadspromotie ronkte in een nieuwsbrief: “Het project zet de ambities van stad en provincie voor de culturele hoofdstad 2018 op een internationaal podium. Het vernieuwende project, een samenwerking van zes Utrechtse culturele partners, sluit precies aan bij de ambities van Utrecht 2018, zowel inhoudelijk als qua vorm.” Welke inhoud? Welke vorm? Hoezo vernieuwend?
Gooi de woorden “op de kaart zetten” en “ambities” en paar keer in een zin, staafmix “sluiten precies aan” er vakkundig doorheen, en je hebt olie aangeboord. Een vette geldstroom maakt zich van je meester. Ik had die ton liever vanaf de Brug der Zuchten in de Venetieaanse Oudegracht gepleurd. Dan hadden de zwoegende gondeliers ook eens een dolle avond. Gamers kopen maar zonder subsidie een spelletje Modern Warfare.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.