Het is niet moeilijk om mij te verplaatsen naar 6 augustus 2006. De dag dat in Utrecht een werftrap aan de Oudegracht bezweek zat ik net als nu in Zeeland. Twitter bestond nog niet in mijn wereld dus moest ik via de radio vernemen dat er in Utrecht iets dramatisch was voorgevallen.
De volgende dag hoorde ik, onder de douche, raadsleden verklaren dat je er ook om vroeg als je met zovelen op een trap stond te dansen tijdens een muzikaal feestje. Mijn maag draaide om. Er waren 20 gewonden en een dode te betreuren en de politiek was al bezig het straatje schoon te vegen. Daarin zou geen verandering meer komen.
Eerst was er het rapport Schutte: door een ontwerpfout moest en zou de trap een keer spontaan afbreken bij te zware belasting. Wij wisten beter. In oktober 2006 kon ik na weken onderzoek publiceren dat er stapels klachten waren over de bewuste trap. Utrecht had die klachten niet aan Schutte doorgeven. Een ernstige zaak. Een gemeenteambtenaar had zelfs geconstateerd dat de trap los zat op de zogenaamde pen-gat-verbinding. Zoiets was volgens twee technische rapporten, van de gemeente Utrecht en de gemeente Rotterdam, onmogelijk. Gelul dus.
Toen dat feit pas eind 2007 werd bevestigd door het Openbaar Ministerie waren de rapen gaar. Het was de laatste week van burgemeester Annie Brouwer. Om haar blazoen niet te besmeuren trad het college tijdens de eerste raadsvergadering onder Aleid Wolfsen niet af. Politici en verantwoordelijkheid nemen, die grootheden matchen niet. Afgelopen week sprak ik de Duitse Noemi die haar rug brak op haar eerste avond in Utrecht. Ook zij ziet graag dat Utrecht, hoewel 5 jaar te laat, formeel aansprakelijk erkent. Verder wordt het hoog tijd dat Utrecht de organisatoren vrijwaart die ze in 2006 keihard per brief beschuldigde.
Dus gemeenteraad, geef Wolfsen eens een unanieme opdracht. Zelfstandig kan hij die stap kennelijk niet zetten.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.