Gaat er iets grondig mis in Utrecht, dan kun je altijd Wolfsen de schuld geven. Dat was de eerste gedachte die in me opkwam toen ik las dat FC Utrecht-supporters de schuld voor de rellen tijdens de wedstrijd tussen FC Utrecht – FC Twente van afgelopen zondag bij de Utrechtse burgemeester neerlegden.
Ik was, op zijn allerzachtst gezegd, verbaasd. Mij hebben ze thuis geleerd dat je eerst de hand in eigen boezem moet steken voordat je naar een ander gaat wijzen. Nu kan ik me voorstellen dat het voor de Utrechtse supporters niet zo aantrekkelijk is om de hand in eigen boezem te steken, want zo verheffend was het natuurlijk niet wat zich afgelopen zondag in en rond de Galgenwaard heeft afgespeeld. Maar het had van stijl en lef getuigd als de FC Utrecht supportersverenigingen onmiddellijk het supportersgeweld hadden afgekeurd en hadden verklaard dat deze relschoppers zich geen supporters van FC Utrecht mogen noemen in plaats van met een beschuldigende vinger naar de burgemeester te wijzen.
Maar nee, Wolfsen had het gedaan. Die had het vak met FC Twente-aanhang moeten laten ontruimen. Terwijl je je kunt afvragen of dat zo'n verstandige beslissing was geweest, de FC Twente supporters het stadion uitzetten terwijl een woedende meute de confrontatie zoekt.
Wolfsen had ook de ME moeten inschakelen want het zou om een risicowedstrijd gaan. Ik vind het prima als om de haverklap de ME opgetrommeld wordt, maar dan moeten we het ook eens over de rekening hebben van die 200 man die ingezet moeten worden om veilig naar een voetbalwedstrijd te kunnen kijken. Wat zou het kosten? Mijn voorzichtige schatting is een ruim ton per wedstrijd.
Het zou mooi zijn als de FC Utrecht supportersverenigingen meedenken over hoe je dit soort rellen in de toekomst kunt voorkomen in plaats van gelijk iemand anders de schuld te geven. Anders heeft het toch iets van de boze vader die woedend op de onderwijzer afstormt omdat zijn zoontje straf heeft gekregen. Ik zei altijd tegen mijn zonen: je zult het er wel naar gemaakt hebben en ik vrees dat ik in 99 procent van de gevallen gelijk had.
Mario Gibbels